Achtergrond
Het is weer droog in de Sahel. En in Mali ook trouwens. Dus sturen we voedselhulp, anders gaan er mensen dood. Of gaan er mensen dood, omdat wij maar voedselhulp blijven sturen? Meer...
Ten aanzien van de voedseltekorten en hongersnoden is zowel op korte als op lange termijn geen beleid.
We moeten het dus zelf doen! Meer...
Jeremy Rifkin is de auteur van Beyond beef: The Rise and Fall of the Cattle Culture (Plume, 1992) en The Biotech Century (Victor Gollancz, 1998). Hij is eveneens president van The Foundation on economic trends in Washington DC in de VS. Meer...
Behalve de drie recente crises die de wereld nu mee maakt (Financieeel, Energie, Klimaat), is er al jaren een andere, permanente crises, die in de toekomst zal verergeren als we niets doen. Alle vier crises beinvloeden en versterken elkaar. Meer...
De Vitagoat is een bescheiden productiefaciliteit waar de molen nog wordt aangedreven met fietspedalen. Op die manier worden sojabonen gemalen, waarna water wordt toegevoegd. Dit systeem is gericht op de productie van sojamelk en afgeleide sojavoeding. Het vergt geen elektriciteit, generator of stromend water. En dat is cruciaal omdat de toevoer van elektriciteit in de meeste ontwikkelingslanden ofwel duur is, onbeschikbaar of onbetrouwbaar. Meer...
De Vitagoat doet meer dan alleen maar sojamelk produceren: door dit project kunnen mensen ook zelf iets produceren. Dat schenkt hen zelfvertrouwen én vooruitzicht op wat extra inkomen. Meer...
Wat we weten over biologische landbouw en wereldvoedselproductie. Meer...
It is not just one monk but all the monks have stood up. Meer...
In het Amazone regenwoud wordt 6,4 miljoen hectare beschermd tegen ontbossing. Een gebied zo groot als twee keer België! De Braziliaanse regering heeft dit gisteren aangekondigd. “Dit is een belangrijke stap in de bescherming en duurzaam beheer van de Amazone, al is het slechts een fractie van wat nodig is”
Meer...
Vlees maakt de rijken ziek en de armen hongeriger
De oorzaak van de honger
Het probleem van vandaag
Het fokken van dieren lijdt tot het verhongeren van mensen
Waar komt het voedsel voor de dieren vandaag?
Wie lijden honger?
Wereldhandel
Waarom hebben landen schulden
In de handen van de rijken
Mislukte oogsten
De groene revolutie
De vee-revolutie
De waanzin van intensieve veehouderij
Ondervoeding en overgewicht
Stuur een koe
Hippo
Intensieve viskwekerij
Wereldwijd watertekort
Genetische modificatie - de waarheid
De oplossing ligt in onze handen
Bronvermelding
Peak Food: Groter gevaar dan Peak Oil
Peak Food
Deel I - Oorzaken van Peak Food en hun gevolgen
Oorzaken van Klimaatverandering
De energiesector en het gebruik van Fossiele Brandstoffen
Ontbossing: Boskap en bosbranden
Vlees- en zuivelproductie
Transport
Vervuilende subsidies
Gevolgen van Peak Food
Gevolgen van Klimaatverandering
Huidige landbouwmethoden
Voedselverspilling
Energiegewassen
Deel II - De oplossingen
Oplossing voor ontbossing
Oplossing voor klimaatverandering door fossiele energie
Alternatieven voor de huidige landbouw en voor vlees- en melkproductie en visserij
Makkelijke oplossing: Veganisme
Geen Biobrandstoffen
Minder voedselverliezen
Aanleg voedselvoorraden
Stoppen vervuilende subsidies
Conclusies
VLEES MAAKT DE RIJKEN ZIEK EN DE ARMEN HONGERIG DOOR JEREMY RIFKIN
Wanneer wereldleiders elkaar ontmoeten op de Wereld Voedsel Top, richten zij waarschijnlijk hun aandacht op hoe men voedsel krijgt in de monden van zo´n miljard mensen die op dit moment ondervoed zijn. Desondanks kan men verwachten dat bij de diners die zij bijwonen een grote hoeveelheid aan vlees wordt geconsumeerd. En daar ligt nu juist de paradox.
Mensen lijden honger omdat veel van de landbouwgrond wordt gebruikt om gewassen te kweken dat als voedsel dient voor vee in plaats voor mensen. In de VS wordt 157 miljoen ton granen, peulvruchten en plantaardige eiwitten - die allemaal geschikt zijn voor menselijke consumptie – aan de veestapel gevoerd om zo´n 28 miljoen ton dierlijke eiwitten te verkrijgen in de vorm van vlees.
Dat in ontwikkelingslanden grond wordt gebruikt om een kunstmatige voedselketen te creëren, heeft ellende voor honderden miljoenen mensen als resultaat. Een hectare graan levert vijf keer meer eiwitten op dan een hectare die wordt gebruikt voor de vleesindustrie; peulvruchten zoals bonen, erwten en linzen leveren tien keer meer op en soja zelfs dertig keer meer.
De wereldwijde coöperaties die de zaden, chemicaliën en het rundvee leveren en die de controle hebben over de slachthuizen, marketing en distributie van rundvlees, promoten het met granen gevoede vee uitbundig. Zij zien het als een nationale prestige en het beklimmen van de "proteïneladder" wordt beschouwd als het teken van succes.
Het vergroten van de vleesproductie is voor alle ontwikkelingslanden de eerste stap. Zij beginnen met de productie van kippen en eieren en als de economie groeit, klimmen zij omhoog op de ladder naar varkensvlees, melk en zuivelproducten, vervolgens naar met gras gevoede runderen en uiteindelijk naar met graan gevoed rundvee. Het aanmoedigen van dit proces levert grote voordelen op voor de landbouwindustrie. Tweederde van het graan dat uit de VS wordt geëxporteerd dient als veevoeder. Een proces dat van start ging toen de "groene revolutie" technologie in de jaren zeventig zorgde voor een overschot aan graan. De VN Organisatie voor Voeding en Landbouw moedigde dit aan en de Amerikaanse regering linkte zijn voedselhulpprogramma aan de productie van graan om dieren vet te mesten en gaf leningen tegen lage rente voor de oprichting van bedrijven die met graan gevoed pluimvee hielden. Menig land heeft geprobeerd zijn hoge positie op de "proteïneladder" te behouden, lang nadat de graanoverschotten waren verdwenen.
Wat de consequenties voor de mens zijn van deze verschuiving van voedsel als diervoeder, werd op dramatische wijze duidelijk tijdens de hongersnood van Ethiopië in 1984. Terwijl mensen verhongerden, teelde Ethiopië lijnzaad, katoenzaad en koolzaad voor het Europese vee. Miljoenen hectares land in de ontwikkelingslanden worden voor dit doel gebruikt. Tragisch genoeg woont tachtig procent van de aan honger lijdende kinderen in landen met voedseloverschotten die worden gevoerd aan de consumptiedieren van de rijken.
De ironie wil dat miljoenen consumenten in het westen sterven aan welvaartszieken zoals hartaanvallen, beroertes, diabetes en kanker, dat wordt veroorzaakt door het consumeren van dierlijke producten, terwijl de armen in deze wereld sterven aan ziektes door armoede. We zijn tamelijk laat met de wereldwijde discussie over hoe we een gevarieerd, eiwitrijk vegetarisch menu voor de mens kunnen promoten.
Ondanks de grote diversiteit aan voedsel over de hele wereld, heeft eenderde van de bevolking onvoldoende te eten. Vandaag de dag is honger een ernstig probleem in een groot deel van
Afrika, Azië en Zuid-Amerika en het ziet er voor de toekomst niet goed uit. De wereldbevolking lijkt te gaan stijgen van 6.1 miljard (2002) tot 9.3 miljard in 2030(2) en Worldwatch heeft de ernstige voorspelling(3) gedaan dat de wereldwijde voedseltekorten leiden tot hongersnood op extreme schaal.
Deze ellende is deels een direct resultaat van onze wens vlees te eten. Kinderen in ontwikkelingslanden verhongeren naast velden met voedsel dat bestemd is als diervoeder voor de export, om de naar vlees hunkerende cultuur in het rijke deel van de wereld in stand te houden. Terwijl miljoenen sterven wordt eenderde deel van de granen die wereldwijd worden geproduceerd, gebruikt om boerderijdieren in de rijke landen te voeren(4).
Wanneer de veehouderijen zouden ophouden met bestaan en we in staat waren het land te gebruiken om granen te laten groeien voor onszelf, zou ieder persoon op deze planeet te eten hebben. Het direct consumeren van de gewassen, in plaats het te voeren aan dieren die we opeten, is een veel efficiëntere manier om de wereld van voedsel te voorzien.
In deze Viva! guide wordt bekeken waarom het eten van vlees de voornaamste oorzaak is van de honger in de wereld en hoe vegetarisme een bijdrage kan leveren aan de oplossing.
DE OORZAAK VAN HONGER
De derde wereld heeft niet altijd honger geleden. De vroege ontdekkingsreizigers van de 16e en 17e eeuw zijn vaak verwonderd teruggekeerd over de grote hoeveelheden voedsel die zij daar hadden gezien. In delen van Afrika bijvoorbeeld, hadden mensen altijd drie oogsten in voorraad en er was niemand die honger leed. Van het idee om voedsel te kopen en te verkopen had nog nooit iemand gehoord.
De industriële revolutie veranderde dat. Europese landen hadden goedkope grondstoffen zoals kool en ijzererts nodig en daar hadden de ontwikkelingslanden genoeg van. Door het proces van invasie en kolonisatie konden de westerse landen niet alleen de grondstoffen in handen krijgen, ook claimden zij het land als hun eigendom en legden de oorspronkelijke bewoners belasting of huur op. Arme boeren (velen van hen hadden nog nooit met geld te maken gehad) werden gedwongen om gewassen zoals katoen te kweken en dat aan de nieuwe meesters te verkopen. De rijke landen hadden de grond en al het voedsel dat er werd verbouwd in hun bezit en maakten uit welke prijs ervoor werd betaald. Nadat de belastingen waren betaald, hadden de boeren nog maar weinig geld over om dit dure voedsel te kopen en vaak waren ze gedwongen om geld te lenen om eenvoudigweg in leven te blijven. Dit hele proces van kolonisatie duurde voort tot het begin van de twintigste eeuw.
HET PROBLEEM VANDAAG
Droogte en andere "natuurlijke" rampen worden vaak onterecht aangewezen als oorzaak van hongersnood. De lokale bevolking hield altijd al rekening met de spelingen van de natuur en ook al mogen zij dan de aanleiding vormen tot een hongersnood, de onderliggende oorzaak is het systeem van de moderne neokolonisatie.
De grond in arme landen is meestal nog steeds niet het eigendom van de mensen die er op werken en de huurprijzen zijn nog altijd hoog. Omvangrijke gebieden zijn in het bezit van grote organisaties die in het westen gevestigd zijn. Het is niet ongebruikelijk dat mensen die van hun land zijn verjaagd, naar de stad trekken waar ook maar weinig werk is. Iedere dag verhuizen zo´n 160.000 mensen van het platteland naar de steden(5). Vele migranten zijn gedwongen zich te vestigen in sloppenwijken.
Veel van de grond wordt gebruikt voor de teelt van gewassen die flink wat geld opleveren bij de export - zoals koffie, tabak en diervoeders - in plaats van de teelt van voedsel voor de eigenlijke bewoners. Deze landen stemmen toe in de teelt van de gewassen om zo hun extreme schulden te kunnen aflossen. Tweeënvijftig van de armste landen in de wereld zijn de rijke landen zo´n £213 miljard schuldig. De jaarlijkse afbetaling bedraagt in totaal 14 miljard, in het merendeel van deze landen moeten mensen rondkomen van minder dan een dollar per dag (zie paragraaf 3: Waarom hebben landen schulden?). (6)
Het trieste van alles is dat de aarde meer dan genoeg plantaardig voedsel biedt om in de behoefte van alle zes miljard mensen te voorzien. Als de mensen het land zouden gebruiken voor de teelt van gewassen voor eigen consumptie, in plaats het aan dieren voor te zetten, zou er genoeg zijn om iedereen te voorzien in de gemiddelde energiebehoefte van 2360kcal (calorieën) die nodig is voor een goede gezondheid. (7)
Als iedereen 25 procent van zijn calorieën uit dierlijk voedsel zou halen, dan zou de planeet enkel in de behoefte van 3 miljard mensen kunnen voorzien(8). Of beter gezegd: als we er allemaal het gemiddelde Noord-Amerikaanse dieet op zouden nahouden, zouden we slechts de helft van de wereldbevolking kunnen voeden.
HET FOKKEN VAN DIEREN BETEKENT HET VERHONGEREN VAN MENSEN
Het fokken van dieren is een ongelooflijk inefficiënte manier om de groeiende wereldbevolking te willen voeden. Na de tweede wereldoorlog, waarin voedsel op de bon was geweest, werd de intensieve veehouderij actief aangemoedigd als een manier om onze voedselvoorziening in de toekomst veilig te stellen.
Het meeste vlees in West-Europa wordt geproduceerd in intensieve veehouderijen die, zoals de naam al doet vermoeden, productieketen met dieren zijn. Om tegemoet te komen aan de enorme vraag naar vlees, worden miljarden dieren opeen geperst in smerige omstandigheden gehouden, vaak niet in staat zich ook maar enigszins te bewegen en niet toegestaan frisse lucht te krijgen of zelfs maar natuurlijk licht. Omdat zij niet naar buiten mogen om natuurlijk voedsel te eten, worden zij gevoerd met granen, oliezaden, soja, vismeel en soms de resten van andere dieren. Goede landbouwgrond wordt zo gebruikt om granen en sojabonen te kweken, land waar anders gewassen voor mensen zouden kunnen groeien.
De granen die de dieren voorgezet krijgen, worden niet direct in vlees omgezet om mensen mee te voeden. Het meeste wordt uitgescheiden in de vorm van mest of enkel gebruikt als "brandstof" om de dieren in leven te houden en te laten functioneren. Tegenover iedere 10 kilo soja-eiwit dat aan het Amerikaanse vee wordt gevoerd, staat slechts een kilo vlees. Bijna de hele bevolking van India en China, 2 miljard mensen, zouden kunnen worden gevoed met de eiwitten die nu worden verspild aan de kudde Amerikaans rundvee.(10)
Door de vraag naar diervoeders, is er voor het westerse op vlees gebaseerde menu vier en een half keer meer land nodig dan wat nodig is voor een veganistische maaltijd en twee en een kwart keer meer dan voor een vegetarische leefwijze(11). Het wereld natuurfonds (WWF) heeft het advies gegeven dat mensen minder zuivel en vlees moeten consumeren om zo de overbegrazing te verlagen. (12)
WAAR KOMT HET VOEDSEL VOOR DIEREN VANDAAN?
De hoeveelheid grond die in westerse landen wordt gebruikt om voedsel voor dieren te telen, is nog steeds niet genoeg om te voorzien in de vraag en daarom wordt er uit ontwikkelingslanden geïmporteerd. In sommige ontwikkelingslanden, zoals India, wordt er ook grond gebruikt om graan te telen voor dieren die worden grootgebracht en gedood voor de export.
Momenteel verbruiken boerderijdieren eenderde van de wereldwijde graanproductie. In de geïndustrialiseerde wereld wordt tweederde van de landbouwgrond gebruikt om granen te produceren voor dieren. De EU importeert 45 procent van de oliezaden (soja) en in totaal 70 procent van de eiwitten voor diervoeders (1995). De Europese commissie zegt "de Europese landbouw is in staat om de Europese bevolking te voeden, maar niet om het Europese vee van voedsel te voorzien."(4) Daarbij importeert de Europese unie veevoer zoals pinda´s en soja omdat het goedkoper is deze diervoeders te importeren dan in Europa te telen.
Op het hoogtepunt van de hongersnood in Ethiopië in 1984-1985, importeerde Groot-Brittannië voor een waarde van 1.5 miljoen aan lijnzaad, katoenzaad en raapmeel. Ook al waren deze gewassen niet geschikt voor menselijke consumptie, dan werd er nog altijd goede landbouwgrond gebruikt voor dieren in rijke landen terwijl het ook gebruikt had kunnen worden voor de Ethiopiërs.
In de Verenigde Staten consumeren boerderijdieren, het merendeel rundvee, ongeveer twee keer zoveel graan als door de hele bevolking van de VS wordt gegeten(13).
70 procent van de granen, maïs en andere gewassen wordt geproduceerd voor het vee(14). 100 miljoen hectare Amerikaanse landbouwland is in gebruik voor de teelt van gewassen voor dieren(13) en toch wordt er nog steeds geïmporteerd.
In centraal en Zuid-Amerika neemt de hoeveelheid land dat wordt gebruikt om sojabonen en granen voor de export te produceren – om het vee mee te voeren - nog altijd toe. Momenteel wordt in Brazilië 23 procent van de landbouwgrond gebruikt om sojabonen te telen, waarvan ongeveer de helft bedoeld is voor de export(13). Het Oxfam Armoederapport meldt dat de gesubsidieerde groei van de zuivelindustrie en veehouderij in de EU een enorme vraag naar diervoeders met een hoog eiwitgehalte heeft veroorzaakt, en dat aan deze vraag tegemoet wordt gekomen door de groei van grootschalige, gemechaniseerde sojaproductie in Brazilië. Kleinere producenten van bonen en veevoeders in het zuidelijke deel van het land zijn verplaatst om de weg vrij te maken voor gigantische sojabedrijven. Soja is nu het belangrijkste landbouwexportproduct geworden: "Het is een handelsmaatregel waarvan bewezen is dat het uiteindelijk efficiënter is in het voeden van het Europese vee dan wanneer men de bestaanszekerheid van arme Brazilianen zou handhaven."(16)
Vijfentwintig jaar geleden consumeerde de veestapel minder dan zes procent van het Mexicaanse graan. Vandaag de dag wordt ten minste eenderde van het in het land geproduceerde graan gebruikt als diervoeder. Tegelijkertijd zijn miljoenen mensen die in het land wonen chronisch ondervoed(13).
Het is niet verrassend dat de Wereld Gezondheidsorganisatie heeft opgeroepen om een stap terug te nemen van vleesproductie zodat mensen gewassen meteen kunnen consumeren:
"Een landbouwbeleid dat niet op intensieve veehouderij is gericht, zou de vraag naar granen wereldwijd kunnen verminderen. Het gebruik van het land zou dan hergewaardeerd kunnen worden aangezien graanproductie voor directe consumptie van de bevolking veel efficiënter en goedkoper is dan wanneer grote gebieden in gebruik worden genomen voor de teelt van gewassen voor de vlees- en zuivelindustrie. Er zouden maatregelen moeten worden getroffen om de teelt van plantaardig voedsel te stimuleren en de productie van vlees en zuivel te verminderen."(17)
De wereldwijde regeringen hebben dit advies genegeerd. In plaats dat men de teelt van plantaardig voedsel voor directe consumptie promoot, bieden zij subsidies en financiële ondersteuning aan veehouders en moedigen daarmee de consumptie van vlees aan.
WIE LIJDEN HONGER?
Ongeveer zes miljard mensen delen deze planeet, waarvan een kwart in het rijke noorden woont en driekwart in het arme zuiden. Terwijl de mensen in de rijke landen op dieet gaan omdat zij te veel eten, is er in veel ontwikkelingslanden niet genoeg voedsel om het lichaam goed te laten functioneren en om in leven te blijven.
826 miljoen mensen op deze wereld zijn ernstig ondervoed - 729 miljoen in ontwikkelingslanden en nog eens 34 miljoen in geïndustrialiseerde landen(18). Twee miljard mensen - eenderde van de wereldbevolking - ontbreekt het aan de zekerheid aan voedsel zoals gedefinieerd door de Organisatie voor Voeding en Landbouw (FAO) als "een situatie waarbij alle mensen op alle tijden toegang hebben tot veilig en voedzaam voedsel om een gezond en actief leven te kunnen leiden". (5)
Momenteel sterven jaarlijks zo´n 12 miljoen kinderen aan met voedsel gerelateerde ziektes. De Organisatie voor Voeding en Landbouw zegt: "Het is wel zeker dat er nog veel meer chronisch ziek zijn."(19)
Er zijn veel mensen in Azië en het Pacifisch gebied die chronisch honger lijden, maar de honger is het grootst in Sub-Saharisch Afrika. In 46 procent van de landen daar hebben ondervoeden een gemiddeld tekort van meer dan 300 kilocalorieën per dag(19). In 1996/1998 was 28 procent van de populatie op het Afrikaanse continent chronisch ondervoed (192 miljoen mensen)(20).
De toegang tot voedsel is een primair recht, vastgelegd in vele mensenrechtenverdragen die staten over de hele wereld hebben ondertekend. Tijdens de Wereld Voedsel Top van 1996, hebben leiders van 185 landen en de Europese gemeenschap dit herbevestigd met het Verdrag van Rome betreffende voedselveiligheid: "Iedereen heeft het recht op toegang tot veilig en voedzaam voedsel in overeenstemming met het recht op voldoende voedsel en het basisrecht van iedereen om vrij te zijn van honger." Men heeft plechtig beloofd om het aantal hongerlijdende mensen in de wereld in 2015 te hebben gehalveerd(21).
De FAO zegt "het uitbannen van honger is niet alleen een hoog ideaal"(21). Toch is het niet logisch dat de staten het recht van ieder individu op voedsel erkennen, terwijl men nog altijd het op dierlijke eiwitten gebaseerde menu promoot. Honger ontstaat niet omdat er een tekort aan voedsel is in de wereld. Als iedereen vegetariër zou zijn, of nog beter veganist, dan zou er genoeg te eten zijn voor iedereen. De enige verstandige stap vooruit is om het voedsel voor mensen te telen en niet voor consumptiedieren.
WERELDHANDEL
Een rapport "De Europese vleesindustrie in de jaren negentig" geeft uitleg over de onbegrijpelijke paradox van de voedseldistributie in de wereld: "Wereldhandelsrelaties worden gedomineerd door de laag geprijsde diervoeders en vlees. De lage prijzen van diervoeders beïnvloeden boeren in arme landen om gewassen die veel geld opleveren (diervoeders voor de export) te produceren. Door het gebruik van geïmporteerd voedsel, hebben de rijke landen momenteel een groot overschot aan vlees terwijl steeds meer mensen in de minder ontwikkelde landen ondervoed raken." (22)
Huidige handelsverdragen, zoals het Landbouwverdrag van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), staan Westerse boeren toe om overschotten gesubsidieerd graan en andere artikelen goedkoop in ontwikkelingslanden te verkopen. Dit werkt nadelig voor de lokale boeren en dwingt velen van hen een ander bestaan te kiezen. Het Worldwatch instituut zegt hierover: "In de meeste gevallen blijken de enkele voordelen die het goedkope voedsel voor de armen in de steden opleveren van korte duur aangezien de ontwrichting van de economie op het platteland migratie naar de aan banenschaarste lijdende steden aanmoedigt, wat een toename van verarmde stedelingen veroorzaakt en daarbij duurzame landbouwprogramma´s schaadt."(23)
Het afhankelijk zijn van de buitenlandse voedselmarkt, betekent eveneens dat de importerende landen bloot staan aan fluctuaties van prijzen en, op dit moment, devaluatie die de prijs van voedsel aanzienlijk kan opdrijven.(23)
WAAROM HEBBEN LANDEN SCHULDEN?
In de zeventiger jaren leenden de industrielanden geld aan de ontwikkelingslanden voor een reeks projecten zoals de ontwikkeling van infrastructuur (bijvoorbeeld dammen en wegen), industrie en technologie. De World Development Movement (WDM) zegt: "Vaak bleken de projecten onproductief te zijn". De leningen waren zowel multilateraal (wat betekent dat de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds een lening verschaffen aan een overheid) als bilateraal (wat betekent dat de ene overheid leent aan de andere overheid)(24).
In de jaren tachtig steeg de rente enorm vanwege de oliecrisis, terwijl op hetzelfde moment de geïndustrialiseerde landen hoge prijzen voor vele geïmporteerde landbouwproducten rekenden zodat de boeren in de ontwikkelingslanden hun producten niet konden verkopen(24). Met als gevolg dat de ontwikkelingslanden niet in staat waren hun leningen af te lossen en op die manier verschrikkelijk in de schulden kwamen. Deze landen betalen jaarlijks miljarden ponden rente aan het westen.
Vaak gingen de leningen ook gepaard met voorwaarden. Toen Costa Rica geld leende van de Wereldbank, was een van de voorwaarden dat zij regenwoud zouden kappen om land vrij te maken voor grazend vee om rijke landen van goedkoop vlees te voorzien. De vernietiging van regenwoud is een ramp, niet alleen voor mensen, dieren en planten, maar ook voor het klimaat in de wereld (zie Viva! guide 9, planet on a plate).
Tussen 1975 en 1985 zijn duizenden hectares regenwoud in Thailand gekapt om tapioca te telen en te verkopen aan de EU als voer voor varkens en rundvee. Toen er een overschot kwam aan rundvlees en varkensvlees, betekende dit dat er niet zoveel vlees meer werd geproduceerd, Europa had de tapioca niet langer nodig en stopte ermee het te kopen. Dit heeft de Thaise boeren in grote schulden gebracht omdat zij geld hadden geleend om te besteden aan de verbetering van hun boerderijen zodat zij hard genoeg konden groeien om aan de vraag te voldoen. Als een gevolg daarvan hebben veel mensen hun kinderen verkocht voor kinderarbeid of prostitutie.
IN DE HANDEN VAN DE RIJKEN
Na intensieve lobbyinspanningen zetten het IMF en de wereldbank in 1996 het Heavily Indebted Poor Countries Initiative (HIPC) op voor de hevig in de schulden geraakte arme landen, met het ogenschijnlijke doel om de enorme schulden te verlichten(24). Enkele van de bilaterale leners, zoals de Britse overheid, hebben toegestemd in 100 procent schuldkwijtschelding wanneer de landen in kwestie akkoord gaan met het initiatief. Wanneer landen halverwege het proces zijn(het beslispunt genaamd) ontvangen zij deels verlichting van hun jaarlijkse rentebetalingen.
Om lastenverlichting door het HIPC initiatief te ontvangen, moeten ontwikkelingslanden een door het IMF en de Wereldbank goedgekeurde Poverty Reduction strategy paper (PRSP) krijgen.
PRSP´s vervangen de structurele aanpassingsprogramma´s (Structural Adjustment Programmes, SAPS) die ontwikkelingslanden als een deel van hun lening werd opgelegd. Deze dwong overheden om de openbare bestedingen te beperken en hun exportindustrieën te promoten, om zo in theorie meer geld vrij te maken voor schuldenaflossing. Het is niet al te verrassend dat vele onderzoeken hebben aangetoond dat SAP´s mensen armer maakt. Het door UNICEF gesponsorde Hervormingen met een Menselijk gezicht maakt melding van een toename van het aantal gevallen van groeiachterstand, ondergewicht en een te laag geboortegewicht als gevolg van het structurele aanpassingsprogrammabeleid in negen van de elf Latijns-Amerikaanse, Afrikaanse en Aziatische landen die in de jaren tachtig zijn onderzocht.(23)
PRSP´s zetten overheidsstrategieën uit om armoede te bestijden en moeten plannen bevatten over op welke manier het geld dat vrijkomt door schuldenverlichting wordt besteed – bijvoorbeeld aan onderwijs en gezondheidszorg. De in de schulden geraakte landen moeten ook instemmen met de doorvoering van economische hervormingen(26). De WDM (world development movement) zegt: "Als het IMF en de Wereldbank hun veto behouden, blijken PRSP´s, zoals dat al te voorspellen was, vergelijkbaar te zijn met de structurele aanpassingsprogramma´s die zij hebben vervangen. (26)
HULP
Veel van de hulp die aan ontwikkelingslanden wordt gegeven blijkt "gebonden hulp" te zijn - dit betekent dat de landen die ontvangen, goederen en diensten moeten kopen van de landen die geven. Op deze manier komt het geld eenvoudigweg weer terug bij de gevende landen.
In de jaren zeventig gaf de VS enkel hulp aan Nigeria in ruil voor de productie van rundvlees, dit betekende per jaar een verlies van 1000 hectare regenwoud. In 1979 was Nigeria van alle Latijns-Amerikaanse landen de grootste rundvleesleverancier aan de VS.
Inspanningen van maatschappelijke organisaties zoals Action aid om de hulp "te ontbinden" betekent dat hulp onder voorwaarden nu niet meer is toegestaan. Een baanbrekende stap is gezet door de Britse regering die heeft toegestemd haar hulp ongebonden te laten zijn.
Een toenemende hoeveelheid aan hulp gaat nu echter onder de noemer van "technische samenwerking" wat buiten de definitie van gebonden hulp valt. Volgens een rapport van de wereldbank werken momenteel "zo´n 100.000 buitenlandse technische experts in Afrika en zij lijken de lokale experts te vervangen… Dit heeft waarschijnlijk de groei van Afrika verzwakt." Action aid zegt dat technische samenwerking "verzekert van een stabiele bron van lucratieve contracten voor specialistenin donorlanden."(28) "Hulp" aan ontwikkelingslanden heeft vaak meer te maken met het opleveren van financiële voordelen voor het westen.
Voedselhulp valt eveneens buiten de definitie van gebonden hulp. Action Aid zegt dat "…" (47) Al kan voedselhulp helpen in tijden van hongersnood, het verandert niets aan de voornaamste oorzaken van honger. Als de rijke landen meer vlees eten, zal in arme landen meer grond worden gebruikt om veevoeders te telen.
MISLUKTE OOGSTEN
Tijdens de Voedseltop van de Verenigde Naties in 1996 verklaarde de Amerikaanse minister van landbouw Dan Glickman: "de graanvoorraden in de wereld zijn tot een schrikbarend laag niveau gekrompen, wat aangeefthoe fragiel de voedselvoorzieningen zijn."(29)
De redenen voor mislukte graanoogsten zijn onder andere minder vruchtbare grond, een gebrek aan water en klimaatsverandering, maar de boodschap is duidelijk - tenzij we onze eetgewoonte veranderen in een die niet op dierlijk voedsel is gebaseerd, zullen we miljoenen mensen in de wereld laten verhongeren.
Terwijl graanoogsten mislukken, stijgt de vraag naar graan. Het Worldwatch instituut zegt "de graanproductie stijgt waarschijnlijk niet sterk genoeg om te voldoen aan de toenemende vraag naar zowel voeders als voedsel."(30) Als de wereldwijde graanproductie niet sterk genoeg stijgt, zal er niet genoeg graan zijn om tegemoet te komen aan de vraag en zullen de graanprijzen stijgen. Toch zouden veehouders nog steeds in staat zijn hun vlees aan de rijken te verkopen, en zouden op die manier ook een hogere prijs kunnen bieden dan de armen op een markt met een schaarste aan graan.
Het verhongeren van mensen zal erger worden terwijl dieren nog steeds zullen worden gevoerd opdat rijke mensen vlees kunnen blijven eten.
DE GROENE REVOLUTIE
De "groene revolutie" aan het einde van de jaren zestig, begin jaren zeventig werd gezien als de oplossing voor wereldhonger. De productie nam toe door het gebruik van machines, pesticiden, mest, irrigatie en de vervanging van traditionele gewassen door sterkere soorten.
Het slaagde er echter niet in voordelen op te leveren voor degenen die het werkelijk nodig hadden. Deze "revolutie" legde de nadruk op het vergroten van de productie van een beperkt pakket aan granen - maïs, tarwe en rijst. De toename van de graanproductie ging vaak ten koste van de teelt van de meer voedzame peulvruchten, wortelgewassen en andere granen. Dit resulteerde in een mindere variatie van het menu en droeg bij aan de wijdverspreide voedseltekorten als ook de verarming van grond en het verlies van wilde planten en dieren.(23)
De "revolutie" pakte ook goed uit voor de rijkere boeren omdat zij het zich konden permitteren te investeren in de nieuwe technologie. Het Populatiefonds van de Verenigde Naties zegt: "Landloosheid onder boeren en verarming zijn onvoorziene consequenties van de groene revolutie."(5)
DE "VEEREVOLUTIE"
In vele landen in Azië en Afrika zijn de maaltijden traditioneel gebaseerd op rijst, bonen, peulvruchten en groenten, de maaltijden zijn of volledig vegetarisch of bevatten slechts kleine hoeveelheden vlees en vis. Dit is precies het soort voedzame menu dat nu wordt gepromoot door de voedingscentra in het westen in een poging de strijd aan te gaan met ziektes zoals overgewicht, hartziekten en kanker – arm aan dierlijk vet en rijk aan vezels, plantaardige eiwitten en essentiële vitaminen. Op dit moment is in ontwikkelingslanden, waar men dol is op het kopiëren van de westerse leefstijl, een groei van de vleesconsumptie te zien als een teken van welvaart en vooruitgang. Deze stap in de richting van vleesconsumptie wordt als de "veerevolutie" beschreven.
Het International food policy research institute heeft voorspeld dat de vraag naar vlees in de ontwikkelde wereld zich tussen 1995 en 2020 zal verdubbelen. Men schat dat de vraag naar vlees per inwoner met 40 procent zal toenemen(5). De groei van de veehouderij is vooral te zien in de varkens- en kippensector(31).
Vlees uit de intensieve veehouderij wordt gezien als een goedkope bron van eiwitten terwijl het wereldwijde beeld - het graanafvoerkanaal dat door de toename van vleesconsumptie wordt veroorzaakt - wordt genegeerd. Er is voorspeld dat in ontwikkelingslanden de vraag naar granen voor boerderijdieren de komende generatie zal verdubbelen(5). De vraag naar maïs zal het snelst toenemen, het groeit de komende twintig jaar met 2.35 procent. Bijna tweederde zal worden gebruikt als diervoeder.
De consumptie van vlees lijkt toe te nemen wanneer mensen van het platteland naar de steden migreren. De vleesindustrie is natuurlijk enkel blij met deze nieuwe commerciële kansen. Een artikel in het Meat Trades Journal vermeld "Mensen die op het platteland wonen, houden er traditionele eetgewoonten op na, terwijl mensen die in de steden leven de westerse eetgewoonten, zoals vlees, aspireren en grote waarde hechten aan gemak." Dit biedt een "grote kans tegemoet te komen aan de toenemende vraag, met de voornaamste groei in Zuid en Oost Azië."(32)
DE WAANZIN VAN DE INTENSIEVE VEEHOUDERIJ
De toename van intensieve veehouderijen gaat met enorme problemen gepaard. In Bangladesh bijvoorbeeld, een van werelds armste landen, zijn legbatterijen wijdverspreid geworden. Het land kampt met een enorm tekort aan voedsel, vele werklozen en er is slechts weinig geld om te sparen. De intensieve veehouderij vraagt geld voor de uitrusting, schept nauwelijks werkgelegenheid en verbruikt veel kostbaar plantaardig voedsel dat ook gebruikt zou kunnen worden voor de plaatselijke bevolking.
Intensieve veehouderijen komen niet tegemoet aan de wensen van deze mensen, maar leveren voordelen op voor mensen in de westerse landen waar veel van de benodigde uitrusting, zoals tractors en bouwmaterialen, wordt geproduceerd. Wanneer ontwikkelingslanden dit kopen zullen zij afhankelijk worden van de leveranciers voor reserveonderdelen en reparaties.
Poultry World Magazine kopte "de grote kans op groei" in Afrika. Het benadrukt dat Afrikaanse landen op grote schaal afhankelijk zijn van westerse landen voor het fokken van vee, voedsel en medicijnen.(33)
Het aantal kippenboerderijen in India is zo sterk gegroeid dat zij meer vlees produceren dan de eigen bevolking zich kan veroorloven te kopen. Ondanks wijdverspreide honger exporteren zij kip naar rijke landen zoals de golfstaten.
China heeft het laatste decennium een enorme groei van varkensvleesproductie kunnen zien en daarom ook een enorme stijging in zijn vraag naar diervoeders. Het land is getransformeerd van een exporteur van 8 miljoen ton graan in 1993 in een netto importeur van 16 miljoen ton in 1995.(34)
Wanneer men in ontwikkelingslanden per persoon dezelfde hoeveelheid vlees als de gemiddelde Amerikaan zou gaan consumeren, kunnen voedseltekorten van wanhopige omvang worden. Op dit moment pleiten biowetenschappers voor het opvoeren van de "voedingseffectiviteit" van dieren in plaats de overstap te maken naar een vegetarische leefwijze. Een moderne kip die opgroeit in de intensieve veehouderij zal 3 kilo vlees opleveren van dezelfde hoeveelheid voer dat in 1957 enkel 2 kilo gaf. Amerikaanse wetenschappers hebben ontdekt dat varkens 40 procent sneller groeien op 25 procent minder voedsel wanneer zij worden geïnjecteerd met ….(30)In de biowetenschap worden dieren gezien als niet-voelende, niet-denkende, eiwittenproducerende machines die kunnen worden afgesteld en gemanipuleerd naar onze eigen wensen.
Het exporteren van de intensieve veehouderij betekent het exporteren van het hoge antibioticagebruik, de toename van het risico op voedselvergiftiging en ziekten zoals kanker en hartziekten die verband houden met de toenemende vleesconsumptie. Het betekent ook het exporteren van milieuvervuiling veroorzaakt door de intensieve veehouderijsystemen wat eveneens gepaard gaat met een te groot waterverbruik en het uitputten van de bodem door de teelt van de enorme hoeveelheden gewassen die deze arme wezens voorgeschoteld krijgen (zie Viva! guides 2 Stop bugging me; 7- the healtiest dieet of all: 9 - planet on a plate) Is het werkelijk wat de ontwikkelende wereld nodig heeft om ontwikkeld te raken?
De voorspelde stap richting een toenemende vleesconsumptie staat nog steeds in de kinderschoenen. Zelfs in China, de koploper in de veerevolutie waar de vleesconsumptie tussen 1983 en 1993 per persoon is verdubbeld, eten mensen gemiddeld slechts een kwart zoveel vlees als de gemiddelde Amerikaan(30). Als we nu handelen, zouden we deze cyclus van waanzin tot halt kunnen roepen en kunnen we overstappen op landbouwsystemen die de hele wereld op een eerlijke manier kunnen voeden.
Voor de eerste keer in de geschiedenis hebben we een situatie bereikt waarbij het aantal aan overgewicht lijdende mensen rivaliseert met het aantal dat aan ondergewicht lijdt, beiden worden geschat op 1.1 miljard.
Wanneer landen welvarender worden, lijkt de vleesconsumptie toe te nemen. De hongerproblemen nemen af, maar ziekenhuizen beginnen meer gevallen te zien van ziektes zoals obesitas, hart en vaatziekten, diabetes en kanker, die allemaal in verband worden gebracht met de hoge consumptie van dierlijk voedsel. China is de koploper van de veerevolutie. Het aandeel van volwassenen die aan overgewicht lijden is tussen 1989 en 1992 toegenomen van 9 procent tot 15 procent.
Er is voorspeld dat het aantal diabetici, wiens situatie voortkomt uit overeten, tussen 1998 en 2025 wereldwijd zal verdubbelen, meer dan driekwart van deze groei zal plaatsvinden in de ontwikkelingslanden. Sommige landen strijden op hetzelfde moment tegen honger en overgewicht.
Samengevat: landen waar mensen verhongeren, gebruiken hun grond om graan te telen voor de export om de westerse boerderijdieren van voedsel te voorzien. Voedzaam waardevol eten wordt gevoerd aan dieren die vlees produceren en waarmee men zich in westerse landen letterlijk dood eet. Nu exporteren we de intensieve veehouderij ook nog eens naar de derde wereld. De consumptie van vlees stijgt en zo ook de daaraan gerelateerde gezondheidsproblemen.
STUUR EEN KOE
In Groot-Brittannië zijn liefdadigheidsinstellingen opgericht met het specifieke doel de veehouderij in de derde wereld te promoten. Dit onder het mom dat zij de armoede proberen te bestrijden. Sommige projecten ontvangen zelfs subsidie van het Departement for International development (DFID)
"Stuur een koe" was de opzet van een groep christelijke boeren in 1988. Tijdens de burgeroorlog in Uganda waren veel melkkoeien gestorven en de boeren begonnen letterlijk levende koeien van Engeland naar Afrika te verschepen. Het goede doel heeft nu ook een fokprogramma in Afrika opgezet(36). "Farm Afrika" promoot eveneens de veehouderij. In het promotiemateriaal is te lezen: "Het soort armoede dat wij in de derde wereld zien, is eenvoudigweg onacceptabel. Het is onze morele plicht alles te doen wat in onze macht ligt om dit te bestrijden."(37)
Een punt waar iets op aan te merken valt, is dat het aanmoedigen van de veehouderij de armoede van individuele families misschien tijdelijk zal verlichten, op de lange termijn zal het enkel bijdragen aan armoede. Het promoten van vleesproductie kan nooit de oplossing zijn voor de honger in de wereld omdat het betekent dat er eetgewoonten worden gepromoot die waardevolle graanvoorraden opslurpen en het milieu verwoesten.
HIPPO
Als een welkom tegenwicht van deze vorm van liefdadigheid is er HIPPO ofwel Help International Plant Protein Organisation. Het zorgt voor onmiddellijke verlichting van de honger van mensen in de minder ontwikkelde wereld, maar even belangrijk is dat het mensen aanmoedigt om hun eigen voedsel te telen en niet plantaardige eiwitten die in melk en vlees zullen worden omgezet.
De filosofie van HIPPO is eenvoudig: waarom miljoenen tonnen soja aan dieren verspillen als het veel meer mensen direct kan voeden. Het bevat bijna 50 procent aan eiwitten van hoge kwaliteit, het is rijk aan ijzer en calcium en alle soorten andere vitaminen en mineralen, er is geen koelkast voor nodig, het bevat weinig vet, geeft geen afval, veroorzaakt geen voedselvergiftiging en lijden van dieren(38). Textured Vegetable Protein (TVP)(plantaardig eiwit met een laag vetgehalte)- van soja gemaakt - kan 60 mensen te eten geven van dezelfde hoeveelheid grond die nodig zou zijn om twee mensen met vlees te voeden, en het is veel gezonder.
Momenteel ondersteunt HIPPO projecten in diverse delen van Afrika en Europa. At Keyevunze ondersteunen zij de opleiding van 120 gezondheidswerkers die de mensen kunnen laten zien hoe ze hun eetgewoonten kunnen verbeteren door de teelt van soja. Resultaten laten zich nu al zien door een vermindering van Kwashiorkor, een ziekte die voortkomt uit slechte voeding.
In Malawi werkt HIPPO samen met het regionale departement van landbouw om de sojaplant bij de lokale bevolking te introduceren. Ze laten zien hoe er een klein irrigatiereservoir kan worden gebouwd en leveren een sojamolen om de bonen te verwerken.
HIPPO werd opgezet door Neville Heath Fowler na een reis door Ethiopië in 1992. Fowler zegt: "We dromen ervan dat slechts enkele van de katoenvelden gebruikt kunnen worden voor soja en dat mensen zouden inzien wat een wonderlijk voedsel het is. Jonge gewassen als deze die constant door geiten worden verwoest zouden dan kunnen uitgroeien tot grote bomen. Misschien zouden de bossen die Ethiopië heeft verloren kunnen herstellen en zouden klimaatsveranderingen en gronderosie kunnen worden gestopt. Het zou over heel de wereld kunnen gebeuren. Als we maar het tegengif konden vinden tegen het zieke westerse idee dat vooruitgang en vlees synoniem zijn." U kunt contact op nemen met HIPPO: Llangynog, Carmarthen SA33 5BS. E-mail: hippocharity@aol.com
INTENSIEVE VISKWEKERIJ
Intensieve viskwekerij, ofwel aquacultuur, is de snelst groeiende sector in de wereldeconomie en is het laatste decennium met 11 procent per jaar gegroeid(39). In 1990 werd 13 miljoen ton aan vis geproduceerd, in 1998 was dit al opgelopen tot 31 miljoen ton.
85 procent van de intensieve viskwekerij bevindt zich in de ontwikkelingslanden. China stond in 1998 garant voor 21 van de 31 miljoen ton van de wereldwijde visproductie en India voor 2 miljoen. Bangladesh, Indonesië en Thailand zijn eveneens belangrijke spelers in deze industrie.
Het kweken van vis in gevangenschap wordt gezien als een manier om de nog altijd verminderde wilde visstand te beschermen. Tegenstrijdig genoeg worden de vleesetende vissen uiteindelijk gevoerd met wilde vis wat de oceanen verder uitput. Er is 5 ton zeevis nodig om 1 ton gekweekte zalm te krijgen(39). Wild gevangen vis wordt ook gevoerd aan heilbot, kabeljauw en forel.
Vismeel wordt gemaakt van vis of visdelen die te klein of ongeschikt worden bevonden voor menselijke consumptie. Maar de enorme vraag naar wilde vis van viskwekerijen zorgt nog altijd voor veel bijkomende stress aan onze kwetsbare, overbeviste oceanen.(40)
Volgens de Organisatie voor Voeding en Landbouw is 69 procent van de wereldwijde commerciële zeevissoorten "volledig geëxploiteerd, overbevist, uitgeput of langzaam herstellende".(5)
Niet-vleesetende vissen in de viskwekerij zoals karper en meerval worden gevoerd met graan in plaats van wilde vis. Van vissen wordt beweerd dat zij graan "efficiënter" verteren dan vee, van minder dan twee kilo graan komen zij een kilo in gewicht aan. Maar de wereldwijde fixatie op het verkrijgen van dierlijk eiwit betekent dat de meest efficiënte manier van allemaal - het direct consumeren van graan – wordt genegeerd. (voor de impact van viskwekerijen op het milieu, zie Viva! guide 9, planet on a plate)
WERELDWIJD WATERTEKORT
De enorme hoeveelheden aan graan die nodig zijn om een op vlees gebaseerd menu te handhaven, zijn niet het enige probleem. Het vleesproductieproces gaat gepaard met het verbruik van een grote hoeveelheid aan water in een wereld waarin water een schaars goed is. Er is 1000 liter water nodig om een kilo tarwe te laten groeien, maar 100.000 liter om 1 kilo rundvlees te krijgen(41). Ongeveer driekwart van het water dat we verbruiken, is om voedsel op te kweken(42), vegetariërs hebben eenderde minder water nodig voor hun maaltijd dan vleeseters(13) (zie eveneens Viva! guide, planet on a plate).
Wie in het westen leeft kan gemakkelijk in de veronderstelling verkeren dat onze watervoorraden ongelimiteerd zijn, maar wereldwijd wordt onze voorraad vers water zo snel opgebruikt dat bijna een half miljard mensen afhankelijk is van onzuivere bronnen.(43) Zeven procent van de wereldbevolking heeft niet voldoende water en rond 2050 zal dit 70 procent zijn.(42) De situatie is zo ernstig dat er wordt voorspeld dat gevechten om watervoorzieningen de voornaamste bron van conflict zullen worden.
De voorzitter van het Worldwatch instituut Lester Brown verklaart: "In termen van consumptie worden 480 miljoen van de 6 miljard mensen wereldwijd gevoed met voedsel dat gepaard gaat met een onaanvaardbaar gebruik van water. We gebruiken nu al het water op dat aan onze kinderen behoord."(43)
Het internationale instituut voor watermanagement voorspelt dat in 2025 ongeveer 2.7. miljoen mensen, eenderde van de wereldbevolking, zal leven in gebieden waar men te maken krijgt met regelmatig en ernstig watergebrek. Azië en Sub-Saharisch Afrika zullen het hardste worden getroffen.(44)
Er is moeilijk een ziekelijker scenario te bedenken dan dat de rijke elite zichzelf dood eet aan vlees terwijl het armste derde deel van de wereldpopulatie letterlijk uitdroogt. Een stap terug van vleesconsumptie moet wereldwijd een prioriteit worden als we de hoop willen houden tegemoet te kunnen komen aan de basisbehoeften van 6 miljard wereldburgers.
GENETISCHE MODIFICATIE – DE WAARHEID
Multinationals beloven ons dat er een nieuwe oplossing is voor de wereldwijde armoede: genetisch gemodificeerde gewassen. Met dank aan hun levensreddende onderzoek zullen we dan snel in staat zijn genoeg voedsel te telen om de wereld te voeden, zoals zij ons beloven. Wat is nu de werkelijke reden van hun plotselinge altruïsme?
Men mag niet vergeten dat er al genoeg voedsel is om de wereld te voeden - een vegetarische leefwijze. Wat er niet genoeg is, zijn diervoeders – granen om de voorspelde toename van vleesconsumptie aan te drijven. De hoeveelheid aan vruchtbaar land zal steeds verder afnemen door verwoestijning en uitputting van de grond – ironisch genoeg grotendeels veroorzaakt door de intensieve veehouderij. Het zal zelfs nog erger worden door overstromingen veroorzaakt door de opwarming van de aarde, maar de mogelijke markt voor diervoeders is enorm.
De farmaceutische giganten die de GMO´s (genetisch gemanipuleerde organismen) willen doorvoeren, krijgen ieder jaar zo´n 161 miljoen dollar op hun rekening bijgeschreven. Ze lopen hand in hand met de landbouw- en vleesindustrie, vaak zijn zij een en hetzelfde bedrijf. De intensieve veehouderij zorgt voor meer dan 40 procent van hun inkomen en het zijn deze bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de productie van de grote hoeveelheden diervoeders die worden geconsumeerd door boerderijdieren over heel de wereld - als ook de cocktail van medicijnen, groeihormonen en pesticiden die in de intensieve boerderijsystemen worden gepompt.(45)
De drijvende behoefte is dus een maximaal gebruik van bestaand land door het verdelgen van alle onkruiden en wilde planten die wedijveren om voedingsstoffen en het aantal gekweektegewassen te vergroten - vandaar genetische manipulatie. Bedrijven die GMO´s promoten zijn meer geïnteresseerd in hoe ze de productie van diervoeders en dus vlees kunnen opvoeren dan hoe zij de wereld kunnen voeden. (zie viva! guide 8 genetic engineering)
DE OPLOSSING LIGT IN ONZE HANDEN
De snelle groei van de wereldbevolking is een serieus probleem omdat het betekent dat er meer monden te voeden zijn, wat resulteert in meer druk op water, land, wilde planten en dieren, enzovoorts. Rond 2050 zullen de 49 minst ontwikkelde landen bijna verdrievoudigen in omvang, van 668 miljoen naar 1.86 miljard mensen.(2) Rond 2050 zullen de ontwikkelingslanden van nu goed zijn voor ongeveer 85 procent van de wereldbevolking.(2)
Dat maakt de hongerproblemen weliswaar erger, veroorzaken doet het het in eerste instantie niet. Het is de groei van de inkomens en de vraag naar luxeartikelen in de rijke landen wat de hongercrisis heeft verergerd. De wereld is vandaag de dag een veel rijkere wereld dan 40 jaar geleden en de lonen zijn gestegen en hebben op grote schaal het vlees eten in de rijke landen aangemoedigd, wat de competitie om granen tussen dieren en mensen heeft verhoogd.
Er bestaat een enorm "consumptiegat" tussen geïndustrialiseerde landen en ontwikkelingslanden. De rijkste landen van de wereld, met 20 procent van de wereldbevolking, staan in voor 86 procent van de totale private consumptie, terwijl de armste twintig procent slechts voor 1.3 procent instaat.
Een kind dat vandaag de dag in een industrieland wordt geboren zal over zijn hele leven voor meer consumptie en vervuiling zorgen dan 30 tot 50 kinderen die in ontwikkelingslanden worden geboren.(5)
De achteruitgang van de wereldwijde visstand, de erosie van landbouwgrond en de limiet aan de technologie om graanproductie op te voeren betekent dat we snel de grens van middelen en de draagkracht van de aarde naderen. Het is nodig dat we nog eens nadenken over de manier waarop de beperkte voorraad van plantaardig voedsel wordt gedistribueerd en dat we een start maken met het voeden van de wereld.
Het eten van vlees is niet de enige reden voor de honger in de wereld, maar het is wel de voornaamste oorzaak. We moeten onze eetgewoonten drastisch veranderen als we de wereld adequaat willen voeden.
Mensen lijden honger terwijl het aantal dieren dat van grote hoeveelheden voedsel wordt voorzien steeds verder toeneemt in een hopeloos ineffectief systeem.
Als we dieren niet gebruiken als vleesproducerende machines, kan dit voedsel worden bevrijd om degenen die het het hardste nodig hebben te helpen. Vegetarisme zorgt voor een veel minder verbruik van de wereldwijde voedselbronnen, land en energie, en is een goede en makkelijke stap die we kunnen zetten om mensen in arme landen te helpen.
PEAK FOOD: GROTER GEVAAR DAN PEAK OIL
Het begrip PEAK OIL heeft de laatste jaren grote bekendheid gekregen.
Er wordt mee bedoeld dat de olieproductie binnenkort een maximum zal bereiken [gaat pieken], waarna de productie kleiner wordt of enige tijd op dat niveau blijft, terwijl de consumptie van olie toeneemt. De prognoses wanneer die piek zal optreden lopen uiteen, van nu reeds, over 5 jaar of over 10 jaar [1]. Maar dat die piek zal optreden is zeker.
. Olietekorten
. Grote prijsstijgingen, zodat alleen rijke landen en mensen nog genoeg olie kunnen kopen
. Economische en maatschappelijke crisis, omdat geïndustrialiseerde landen erg afhankelijk zijn van olie en ook transport, voedsel en veel andere producten duurder worden
. Machtsverschuivingen tussen landen en werelddelen
. Politieke en maatschappelijke onrust en meer kans op militaire conflicten
. Toename aantal mensen met honger, in 2008 al 150 miljoen mensen meer tov 2006 [2].
Er zal economische stagnatie optreden: de groei komt tot stilstand of slaat om in krimp. Echter, op middellange termijn zullen de gevolgen meevallen. Aanpassing aan de schaarste en hoge prijzen is goed mogelijk. Ten eerste, een krimpende economie zal minder energie verbruiken. Ook zijn er enorm veel mogelijkheden om het olieverbruik terug te dringen: veel efficientere technologie, energiebesparing en snelle groei van duurzame energiebronnen. Wind en zon zijn de snelst groeiende energiebronnen, met jaarlijkse groeicijfers van 35-40%. Bovendien is het gunstig voor het klimaat indien het verbruik van fossiele brandstoffen vermindert. De financiele, energie en economische crises zouden op korte termijn wel eens een grotere afname van de broeikasgas uitstoot tot gevolg kunnen hebben dan 20 jaar klimaatbeleid. De crises leiden hopelijk tot een positieve ommekeer in het denken en doen.
PEAK FOOD
Een Peak Food situatie zal grotere en ingrijpender gevolgen hebben. In 2007 waren de eerste signalen zichtbaar: sterke afname van de voedselvoorraden, sterke prijsstijgingen, tot 50% of meer, voedselrellen in vele landen en toename van de honger.
Begin 2008 besloten landen als China, India, Indonesie, Argentinie en Kazakhstan de export van graan, rijst, mais of soja te beperken, waardoor de tekorten en prijzen verder toenamen..
De voornaamste oorzaken zijn:
I Klimaatverandering
II Huidige landbouwpraktijken
III Productie van vlees en zuivel
IV Grootschalige productie van biobrandstoffen
V Vervuilende subsidies
VI Ongelijke welvaartsverdeling, machtsverhoudingen en voedselverdeling
VII Oorlogen en gewapende conflicten
VIII Afname landbouwgrond door erosie, urbanisatie en industrialisering
IX Bevolkingsgroei
In dit artikel beperk ik me tot de oorzaken en gevolgen van de eerste 5 oorzaken in Deel I en tot hun mogelijke oplossingen in Deel II. Daarmee wil ik de discussie over Peak Food op gang brengen. Ieder commentaar is welkom.
DEEL I OORZAKEN VAN PEAK FOOD EN HUN GEVOLGEN
I.I. KLIMAATVERANDERING: HEDEN EN TOEKOMST
INTRO
De huidige en toekomstige klimaatveranderingen worden grotendeels veroorzaakt door de uitstoot van broeikasgassen door menselijke activiteiten. De belangrijkste broeikasgassen [BKG] zijn: koolstofdioxide [CO2], methaan [CH4] en lachgas [N2O]. Daarvan is CO2 het belangrijkst, daarna methaan en lachgas. Per molecuul is methaan een 20 maal zo sterk broeikasgas als CO2 en N2O is zelfs 296 maal zo sterk. Het methaan gehalte in de atmosfeer is vanaf de industriele revolutie verdubbeld en de CO2 concentratie is sterk gestegen, van 280 deeltjes per miljoen [part pro million- ppm], tot 389 ppm in 2008. Elk jaar komen er nu 2-3 ppm CO2 bij. De jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen is nu 28 miljard ton CO2-equivalent en stijgend. De concentratie van BKG bereikte in 2008 een nieuw record. Naar schatting zal de uitstoot toenemen tot 41 miljard ton CO2 eq. in 2030. Momenteel wordt circa de helft van de CO2 uitstoot door planten en oceanen opgenomen, de andere helft komt in de atmosfeer terecht. De uitstoot van BKG per persoon is nu 4,3 ton per jaar, maar varieert sterk: van 9 ton in de VS tot 0,01 ton in Tsjaad. Een verlaging van de BKG uitstoot met 80% in de komende 2 decennia is nodig om rampen te voorkomen. [Brown]. Dat betekent een afname van de gemiddelde uitstoot tot 0,9 ton BKG per persoon per jaar. Een moeilijke of zelfs volgens de meeste experts een onmogelijke opgave.
De meeste prognoses gaan echter uit van een verdubbeling of verdrievoudiging van de CO2 concentratie in de atmosfeer tot het einde van deze eeuw, tot 770 ppm of meer. Dat zou een gemiddelde temperatuursverhoging betekenen van 6-7 graden Celsius, tegen een temperatuurstijging van 0,8 graad in de afgelopen 150 jaar. De gevolgen daarvan voor het klimaat zullen desastreus zijn: nog meer droogtes, overstromingen, orkanen en verwoestijning, een stijging van de zeespiegel met minimaal 1,5 tot 2 meter. Wanneer al het landijs op Groenland en Antarctica zou smelten betekent dat een stijging van de zeespiegel met 7 meter. Het streven is dan ook internationaal om de temperatuur stijging te beperken tot 2 graad Celsius. Met de gevolgen daarvan zouden we nog, met moeite, kunnen omgaan. Dat is nog altijd 2,5 maal zoveel als de stijging in de afgelopen 150 jaar. Een gemiddelde stijging met 3 graden is echter al niet meer te voorkomen: de broeikasgassen die dat veroorzaken zitten al in de lucht. Ook de IEA waarschuwt voor een klimaat katastrofe en stelde in zijn World Energy Outlook 2008 dat een beperking van de temperatuur stijging tot 2 graden niet meer realistisch is en dat een beperking van de stijging met 3 graden alleen door reusachtige investeringen is te realiseren, nl. met een investering van $9200 miljard. Dat klinkt veel maar is slechts 0,24% van de wereldeconomie en het grootste deel wordt terugverdiend door besparingen op energiekosten. Ook deze prognose is niet waarschijnlijk zoals we zullen zien.
Een gemiddelde stijging met 3 graden betekent niet dat het overal op de wereld zo is: in de tropen zal de stijging het kleinst zijn, ongeveer 1 graad, in de subtropen en gematigde streken wordt het 3 graden warmer en aan de polen zeker 6-8 graden.
Het enige wat we met een goed beleid kunnen doen is het beperken van de schade. Dat zal al moeilijk genoeg zijn. Helaas is dat van 1990 tot 2008 heel slecht gelukt, ondanks het Kyoto Verdrag. De toename van de jaarlijkse uitstoot van BKG is volgens het Global Carbon Project vanaf 2000 tot 2007 4x groter dan in de negentiger jaren [3,7% tegen 0,9%]. Deze stijging is zelfs hoger dan in het meest ongunstige scenario van de IPCC.
Dat zou kunnen betekenen dat een gemiddelde temperatuurstijging van 6 graden Celsius of meer niet meer te voorkomen is. Waar een gemiddelde stijging van 3 graden al rampzalig is, kan men zich voorstellen wat de gevolgen zijn van een stijging met 6 of 7 graden Celsius.
De menselijke beschaving gaat zware tijden tegemoet deze eeuw: overleven we het of niet?.
I.I. OORZAKEN VAN KLIMAATVERANDERING
Er zijn drie categorien menselijke activiteiten te onderscheiden die het broeikaseffect veroorzaken [met hun aandeel van de totale BKG uitstoot]:
1. Energiesector [45%]
2. Ontbossing [20%]
3. Vlees en melk productie [18%]
4. Transport [14%]
Het mondiale energieverbruik bestaat uit 3 soorten energiebronnen:
1.Fossiele brandstoffen, zoals kolen, olie, aardgas [79%]
2.Duurzame energiebronnen, zoals waterkracht, wind en zon [18%]
3.Kernenergie [3%].
We zien dat het aandeel van kernenergie bijna verwaarloosbaar klein is, ondanks het jarenlange gepraat over de noodzaak van een nucleaire renaissance. Het is het laatste decennium zelfs gedaald. Het aandeel duurzame energie groeit snel en is al 6 keer zo groot
als dat van kernenergie.
I.I.1 DE ENERGIESECTOR EN HET GEBRUIK VAN FOSSIELE BRANDSTOFFEN
De voornaamste bron van de CO2 uitstoot is de gigantische en nog steeds groeiende productie en consumptie van fossiele brandstoffen. De productie van kolen, olie en gas was in 2007 ruim 7,5 miljaard ton. Hun aandeel in de totale BKG uitstoot is circa 61%. De electriciteit sector stoot daarvan het meeste uit. Tienduizenden stroomcentrales over de hele wereld verstoken enorme hoeveelheden kolen, olie en gas, met een laag rendement van 40%. Omdat de levensduur van die centrales 40 jaar of meer is, zal het niet makkelijk zijn om de uitstoot van bestaande en geplande centrales nog voor 2050 te beperken. Tenzij er natuurlijk een groot aantal voor het eind van hun levensduur worden gesloten, wat hoge kosten met zich mee brengt. De sterke economische groei van vooral China en India gaat gepaard met een zelfs nog sterkere groei van het energieverbruik. In China wordt elke week een nieuwe kolencentrale van 1000 MW in gebruik genomen. De huidige trend om het gebruik van biobrandstoffen te stimuleren heeft een sterke stijging van de uitstoot van CO2 en CH4 tot gevolg, omdat er veel oerwoud voor de aanleg van oa palmolieplantages wordt gekapt.
I.I.2 ONTBOSSING: BOSKAP EN BOSBRANDEN
Een andere belangrijke oorzaak van klimaatverandering is het kappen en verbranden van bossen, met een aandeel van 20% in de totale BKG uitstoot. Boskap gebeurt niet alleen voor het hout, maar ook om plaats te maken voor grasland en akkergrond voor de verbouw van graan, soja , mais, suikerriet en palmolieplantages, vooral voor de productie van veevoer.
Het is een schande dat in het Kyoto verdrag de uitstoot van BKG door boskap en bosbranden niet wordt meegeteld. Daarom is het beleid er nauwelijks op gericht die te voorkomen en staat er geen prijs op het kappen en verbranden. In de meeste landen bestaat er geen herplantingsplicht, zodat het lucratief is ombossen in brand te steken en te kappen. Als er wel een officieel beleid is, gebeurt ontbossing vaak illegaal.
Het kappen en verbranden van vooral tropische oerwouden heeft mede als gevolg dat er wereldwijd minder regen valt en dat de temperatuurbufferende werking ervan wegvalt. [4]
Tropische bossen zoals in het Amazonegebiedleggen grote hoeveelheden CO2 vast. Wereldwijd is er meer dan 5 x zoveel CO2 in bossen opgeslagen dan in de hele atmosfeer aanwezig is. Het is goedkoper om het daar te houden dan de meeste andere maatregelen om BKG emissies te reduceren.
I.I.3 VLEES EN ZUIVEL PRODUCTIE
De veeteelt is verantwoordelijk voor 18% van de totale uitstoot van BKG, door de massale productie van veevoer, de methaanuitstoot door herkauwers, zoals koeien en schapen en het vrijkomen van N2O uit mest. Dat is meer dan de totale uitstoot van alle transport. Elk jaar worden meer dan 60 miljard dieren gefokt en geslacht voor hun vlees, melk, huid, wol of andere producten. Het merendeel wordt in de bio industrie gehouden, waar ze een ellendig leven leiden, levenslang opgesloten. Om al deze dieren te voeden zijn enorme hoeveelheden veevoer nodig. Driekwart van alle landbouwgrond wordt gebruikt voor de productie van veevoer. Meer dan 45% van al het graan, 90% van alle mais en soja, 1/3 van de totale visvangst wordt aan dieren opgevoerd. Van het graan dat naar deze dieren gaat, kunnen 3 miljard mensen eten. Van de totale tarwe productie van 2100 miljoen ton, wordt slechts 756 miljoen ton direct door mensen geconsumeerd en gaat 1000 miljoen ton in het veevoer [ ].
Dit is een enorme voedselverspilling die we ons niet lang meer kunnen veroorloven. Door de gestegen voedselprijzen is de honger in de wereld toegenomen. Het Westen kan meer voor het veevoer betalen dan de armen voor hun voedsel.
De productie van 1 kg vlees of zuivel verbruikt 100 x meer energie en water dan de productie van 1 kg tarwe of mais.
De productie van veevoer, de industriële verwerking van dieren en melk tot vlees en zuivelproducten, het transport en de koeling vergt grote hoeveelheden fossiele energie. Herkauwers als koeien en schapen produceren grote hoeveelheden methaan.
[CH4], dat als broeikasgas 20 maal sterker is dan CO2. De gigantische hoeveelheden mest, in China alleen al 2,7 miljard ton] vervuilen niet alleen lucht, water en grond, ze stoten ook zeer veel ammoniak uit, verantwoordelijk voor zure regen en overbemseting. Uit de mest komt ook N2O vrij, een nog sterker broeikasgas dan methaan. De productie van vlees en melk groeit sneller dan de economie. De meeste prognoses gaan uit van een verdubbeling in de komende 25 jaar. Vooral in de opkomende economiën van China en India neemt vlees en zuivel consumptie sterk toe.
I.I.4 TRANSPORT
Gemotoriseerd vervoer is verantwoordelijk voor 15% van de mondiale BKG uitstoot.
Wereldwijd zijn er meer dan 1 miljard auto’s. Elk jaar worden er tietallen miljoenen auto’s geproduceerd. Zelfs wanneer de CO2 uitstoot van auto’s halveren in de komende twintig jaar, zal de totale CO2 uitstoot van auto’s toch nog toenemen. Luchtvervoer groeit nog sneller. De verwachting is dat de BKG emissies van transport in 2030 verdubbeld zal zijn. Het aandeel in de totale BKG zal dan stijgen tot tot 25%. De uitstoot door schepen is lang onderschat, het aandeel in het totaal wordt nu berekend op 4%. [IMO, 2008]. De vier huidige crises kunnen deze stijging enigszins doen dalen. Maar het snel stijgende en gesubsidieerde verbruik van biobrandstoffen in auto’s compenseert dit effect ruimschoots. De productie van biobrandstoffen resulteert vaak in grotere BKG uitstoot,omdat er veel bossen voor worden gekapt. [MO paper nr.35, Nov. 08].
I.I.5 VERVUILENDE SUBSIDIES
Wereldwijd worden honderden miljarden dollars uitgegeven aan vervuilende activiteiten, zoals productie en consumptie van fossiele brandstoffen, transport, vlees en melk productie, visserij, enz. De EU heeft een studie laten uitvoeren door het IEEP naar aard, omvang en gevolg van deze subsidies. [ ]. De conclusie was voorspelbaar: deze subsidies hebben een zeer negatief effect op klimaat, milieu en op meer duurzame activiteiten. In de EU alleen belopen deze subsidies meer dan 250 miljard euro per jaar. Landbouwsubsidies in de VS en de EU samen bedragen $177 miljard. [Brown, p.146].
I.II. GEVOLGEN VAN PEAK FOOD
MISOOGSTEN EN HONGERSNODEN: MILJOENEN DODEN TE VERWACHTEN
Het laat zich raden wat er gebeurt als in hetzelfde jaar of zelfs gedurende meerdere jaren achtereen de oogsten in enkele belangrijke landbouwstreken deels mislukken, bijv. in Australie, Argentinie, Brazilie, Canada, China of de VS.
De wereldvoedselvoorraden zijn nu kleiner dan ze in de afgelopen 26 jaar zijn geweest, vooral omdat de consumptie van voedsel de laatste 7 jaar groter was dan de productie ervan. Ze zij nu toereikend voor 2 maanden [6]. Wat gebeurt er wanneer die voorraden helemaal op zullen zijn? Niet alleen zullen de prijzen enorm stijgen, er zullen ook werkelijke voedseltekorten en hongersnoden ontstaan. Arme landen en arme landen zullen niet genoeg geld hebben om voldoende voedsel te kopen. Wanneer er geen voedselhulp meer mogelijk is, zal er massale sterfte, tientallen miljoenen mensen, plaatsvinden en enorme vluchtelingenstromen zullen op gang komen. Massale protesten, rellen, opstanden, conflicten, waarschijnlijk ook gewapende, en zelfs oorlogen zullen het gevolg zijn. Dat is precies wat een geheime Pentagon studie enkele jaren voorspelde, zelfs een kernoorlog zou mogelijk zijn.
Het is duidelijk dat er op korte termijn krachtige en adequate maatregelen getroffen moeten worden om dat alles te voorkomen. Welke organisatie heeft de macht en de middelen om een mondiale voedselrantsoenering op te leggen en door te voeren? De VN kan nu geen enkel land dwingen tot het nemen van maatregelen.
Welke maatregelen kunnen er getroffen worden om zo’n situatie te voorkomen?
Helaas is er niets dat er op wijst dat regeringen, de G8 of de VN, plannen hebben klaarliggen om zulke noodsituaties het hoofd te bieden.
Dat moge blijken uit het feit dat VN voornemens van 10 jaar geleden om de honger de wereld uit te helpen mislukt zijn. Het aantal mensen met honger is de laatste 2 jaar juist toegenomen. Inmiddels zijn er in de rijke landen 1,3 miljard mensen die lijden aan overgewicht [obesitas].
De tegenstellingen tussen rijk en arm nemen toe in plaats van kleiner te worden.
I.II.1 GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING
Een gemiddelde stijging van de temperatuur met 1 graad Celsius meer dan in 2008, zal grote droogte in de meeste landbouwstreken veroorzaken en Europa zal superstormen meemaken.
Bij een stijging van 2 graad zullen extreen hete zomers normaal zijn en zullen de oceanen verzuren en dus minder CO2 opnemen. Bij 3 graden zullen het Amazone oerwoud en andere oerwouden branden. Bij 4 zal het Groenlandse landijs gesmolten zijn en zal het zeeniveau met meerdere meters stijgen. Bij 5 graden zullen beide polen ijsvrij zijn en zal de rest van de aarde in woestijnen veranderd zijn. Bij zes zal methaan [CH4] uit de oceanen omhoog komen borrelen en zal het broeikaseffect definitief op hol slaan. Alleen in het Perm was het warmer. [Lynas, M., 2007/08, Zes graden, Uitg. Jan van Arkel].
De gevolgen van een gemiddelde temperatuur stijging met 6 graden rond 2100 zal vernietigend zijn voor de menselijke beschaving en milieu en natuur op aarde. Velen weten nog niet wat de volgende generaties te wachten zou kunnen staan en gaan door als tevoor.
Als we dat blijven doen, zal een stijging van de temperatuur met 6 of 7 graden onontkoombaar zijn en zal de laatste generatie de gevolgen ondergaan.
Vanaf 1 graad meer dan in 2008, zullen onregelmatiger weerspatronen optreden, met als gevolg:
*Grotere kans op en langere duur van droogteperioden en hittegolven
*Meer overstromingen, door slagregens, erosie, zeespiegelstijging, stormen & orkanen
*Mondiale temperatuurstijgingen, vooral in de gematigde en koude streken, die leiden tot het verdwijnen van landijs [gletsjers] en zee-ijs [Noordelijke IJszee].
* Positieve terugkoppelingen. Vooral het smelten van Arctisch ijs gaat in een veel sneller tempo dan de 3% afname per jaar die de IPCC nog in haar laatste rapport aannam, nl. 23 % in 2007 tov 2005. [5] . Door het verdwijnen van zee-ijs zal het tempo van klimaatverandering toenemen, omdat water de zonnestraling absorbeert en ijs de straling reflecteert: een positieve terugkoppeling. Daarvan zijn er meer: verzuurde en warmere oceanen nemen minder CO2 op, zodat er nog meer van de CO2 uitstoot in de atmosfeer terecht komt, wat het broeikaseffect verder versterkt.
* Wanneer de gletsjers in de Alpen, Pyreneen, Himalaya, Andes en andere gebergten nog verder smelten en tenslotte verdwijnen, zullen er grote problemen ontstaan, vooral bij de irrigatie van landbouwgewassen [met bijgevolg kleiner oogsten] en bij de drinkwatervoorziening
*Meer verdamping en dus sneller watertekort bij landbouwgewassen
*Sterk toegenomen verwoestijning
Dit zijn enkele van de ergste gevolgen; er zullen er ongetwijfeld meer zijn. Al deze gevolgen leiden tot kleinere oogsten en vaak tot een afname van de oppervlakte landbouwgrond. Het zal steeds moeilijker worden, zo niet onmogelijk, om een groeiende bevolking de komende decennia van genoeg voedsel te voorzien. Veel landbouwexperts zien een oplossig in een hogere productie van gewassen per hectare, door nog meer mechanisatie, schaalvergroting, betere zaden en het gebruik van nog meer kunstmest en pesticiden. Maar dat is niet de manier. Hoge energie prijzen zullen mechanisatie, kunstmest en pesticiden te duur maken in grote delen van de wereld. Oplossingen zullen van een andere aard moeten zijn, zoals we Deel II zullen zien.
II. HUIDIGE LANDBOUWMETHODEN.
De huidige landbouw is verantwoordelijk voor enorme voedselverspilling, een grote bijdrage aan de uitstoot van broeikasgassen, het verloren gaan van de laatste oerwouden, het verlies aan biodiversiteit en grootschalige vervuiling van lucht, water en grond door het toenemende gebruik van pesticiden en kunstmest.
De nog steeds toenemende monocultuur, schaalvergroting, afname van de bodemvruchtbaarheid, overbegrazing, erosie en genetisch gemanipuleerde gewassen vergroten de kans op misoogsten en hongersnoden. Schimmels, bacterien en insecten raken sneller resistent voor bestrijdingsmiddelen, dan dat er nieuwe bestrijdingsmiddelen ontwikkeld worden. Gecombineerd met monocultuur [het gebruik van slechts enkele rassen per gewas, in plaats van vele duizenden lokale rassen vroeger], kan het optreden van resistente plaagorganismen desastreus uitpakken: complete oogsten kunnen mislukken.
Moderne voedingspatronen met meer vlees en zuivel betekenen nog meer voedselverspilling.
Momenteel wordt ruim driekwart van alle landbouwgrond gebruikt voor de verbouw van veevoer, voor de productie van vlees en zuivel. [7]. Zoals bekend is de productie van vlees en zuivel zeer ondoelmatig, het juiste woord is verspillend, vergeleken met de rechtstreekse consumptie van gewassen. Voor elke kilo vlees of zuivel is 5 tot 10 kilo veevoer nodig. Bijna de helft van alle graan, ruim 90% van alle soja, vrijwel alle mais en een derde van de hele visvangst wordt nu gebruikt als veevoer.. Er zou geen voedseltekort zijn als de meeste mensen zouden stoppen met vlees en melk consumptie. Door de groeiende vraag naar graan voor veevoer zijn de tarweprijzen de laatste jaren al verdubbeld. [8]
Er zou veel minder landbouwgrond nodig zijn indien al dat graan, die soja en mais rechtstreeks door mensen zou worden gegeten. Alleen al van de tarwe die nu aan dieren wordt opgevoerd kunnen drie miljard meer mensen eten. Wereldwijd zou het betekenen dat er een heel continent aan landbouwgrond minder nodig zou zijn. Er hoeft geen bos meer gekapt of natuurgebieden ontgonnen te worden. Bovendien vergt de productie van vlees en zuivelproducten 100 maal meer energie en 100 keer meer water per kilo product dan plantaardig voedsel. Het aandeel van de veeteelt in de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen is 18%, meer dan de transportsector!
Daar komt bij dat wereldwijd bijna de helft van alle voedsel verloren gaat [van productie, vervoer en opslag tot consument] en dat wereldwijd de productie en consumptie van genotmiddelen zoals koffie, thee, cacao, opium en cocaine sterk toeneemt en een groot beslag legt op het krimpend landbouwareaal.
Een nieuwe speler in de strijd om de schaarse landbouwgrond is de teelt van energiegewassen, suikerriet, mais, tarwe en soja voor bioethanol en pamolie en koolzaadolie voor biodiesel. De productie ervan verdrievoudigde van 2000-2007. Toch is het aandeel ervan in autobrandstoffen slechts gegroeid van 0,4% in 1990 tot 0,9% in 2005. Die toename is uitsluitend het gevolg van enorme subsidies, $ 11 miljard in de VS , Canada en de EU IN 2006, oplopend tot $25 miljard in 2015.
De grootschalige, sterk gesubsidieerde teelt van mais in de VS heeft al geleid tot een schaarste aan mais in Mexico, met enorme prijsstijgingen als gevolg en honger voor de armen.
Ook soja wordt al geteeld als energiegewas, waardoor de productie ervan nog sneller zal stijgen. Het areaal van soja is de afgelopen 10 jaar met 50% toegenomen. Dit gaat gepaard met de kap van steeds meer tropisch oerwoud in bijv. Argentinie, Brazilie en Azie. [2]
Nederland speelt hierbij een belangrijke rol: het is de grootste importeur van soja van de EU, vooral voor veevoer. Het Nederlandse bankwezen is betrokken bij de financiering van grootschalige sojabedrijven.[3].
Ook in de EU wordt veel verwacht van biobrandstoffen in de strijd tegen klimaatverandering en er worden grote bedragen voor uitgetrokken. Het doel is een bijdrage van 10% van biobrandstoffen in 2015. Helaas, bij grootschalige toepassing is grootschalige import ervan nodig. U raadt het al: door de goedkopere grond en arbeidskosten zal het merendeel uit de niet-westerse landen komen, bijv. uit Brazilie en Indonesie, zodat het einde van de tropische bossen nog sneller zal komen dan nu al voorzien wordt.
Bovendien leidt de huidige productie van biobrandstoffen tot een toename van de uitstoot van BKG, geheel in tegenstelling tot de oorspronkelijke doelstelling, die erop was gericht die uitstoot te verminderen. Heftige kritiek van NGO’s en experts hebben in de EU al geleid tot een bijstelling van de doelstelling van 10% tot 5%. Ook dit is te veel. De subsidies ervoor kan beter worden besteed. De kosten van biobrandstoffen zijn uitzonderlijk hoog: $900 tot $1700 per vermeden ton CO2. Dit staat in geen verhouding tot de kosten van CO2 op de EU emissiemarkt: 31 euro per ton. [Hauwmeiren, S., 2008, Betalen armen de prijs van slecht beleid?, MO paper nr.25] Voortzetting van dit beleid is een verspilling van belastinggeld, draagt bij aan een groei van de BKG uitstoot, aan een groei van honger en armoede en aan verdere ontbossing. Tweede generatie technologie waarvoor geen landbouwgrond nodig is zal het in de toekomst wel mogelijk maken dat biobrandstoffen een bijdrage kunnen leveren aan de beperking van de uitstoot van BKG; dat zal pas na 2020 zijn.
INTRO
Die zijn nog steeds mogelijk, maar alleen als we ons gedrag zeer drastisch veranderen.
Het enige dat we nu kunnen doen is het beperken van de schade, met zeer vergaande en verstandige maatregelen. In dat geval kunnen de ergste gevolgen van peak food nog worden voorkomen. Het is nu of nooit. De komende twee decennia moet de uitstoot van BKG wereldwijd met zeker 60-80% omlaag. [Brown]. Een vermindering met 40% in 2050 is tenenemaal onvoldonde. Er zitten nu al genoeg BKG in de lucht voor een stijging van de temperatuur met 3% graden. Het Stern rapport uit 2006 toont duidelijk dat wanneer er nu maatregelen worden genomen, er veel minder geld nodig is dan twee decennia later. Stern zegt nu dat hij in zijn rapport de sneleheid en de gevolgen van klimaatverandering zwaar heeft onderschat. We hebben bij de bestrijding van de kredietcrisis kunnen zien dat er geen gebrek aan geld is. Verder kunnen de honderden miljarden aan vervuilende subsidies geheel ingezet worden ter bestrijding van de klimaatverandering en peak food. Dat zal goedkoper, veiliger en verstandiger zijn.
De meest urgente en logische oplossingen zijn:
1 Onmiddellijk stoppen met ontbossing.
2 Het gebruik van fossiele brandstoffen met 80% terugdringen in 2030.
3 Het stoppen van het gebruik van voedselgewasen als graan, mais en soja voor veevoer.
4 Het stoppen van de verbouw van biobrandstoffen op landbouwgrond
5 Aanleg van grote voedselvoorraden en opzetten van voedselrantsoenering.
6 Het beperken van verliezen in de keten van voedselproductie en consumptie
7 Het beter besteden van milieu vervuilende subsidies
II.1 OPLOSSING VOOR ONTBOSSING
Het effectief tegengaan van boskap en bosbranden en het verplicht stellen van herbebossing is een van de meest effectieve en goedkope maatregelen om klimaatverandering en verlies aan natuur en biodiversiteit tegen te gaan. Nu is dat moeilijk omdat bestaand bos niet valt onder het Kyoto-verdrag en niet mee doet aan CO2 handel. Ook is herbebossing na illegale houtkap en bosbranden in de meeste landen niet verplicht. Recente studies, zoals het Engelse Stern rapport uit 2006 en het McKinsey rapport van januari dit jaar, tonen aan dat het behoud van vooral tropische oerwouden de beste en goedkoopste mogelijkheid is voor een onmiddellijke, aanzienlijke vermindering van de CO2 uitstoot.
Daarvoor is het wel nodig dat het niet kappen van bossen meer gaat opleveren dan het kappen ervan, zodat het geld gaat opbrengen om die bossen te laten staan. Helaas geven regeringen er tot nu toe de voorkeur aan om de teelt van energiegewassen en CO2 opslag te subsidieren, terwijl bossen een enorme en goedkope CO2 opslag zijn. Bossen bevatten twee maal zo veel CO2 als de hele atmosfeer bij elkaar.
Een recent rapport van het Global Canopy Programme concludeert: “Als we de bossen verliezen, verliezen we het gevecht tegen klimaatverandering”. [9]
Wanneer ontbossing met succes wordt gestopt, zal de uitstoot van broeikasgassen met 20% dalen. Dat is 2,5 keer de doelstelling van het Kyoto verdrag.
II.2 OPLOSSING VOOR KLIMAATVERANDERING DOOR FOSSIELE ENERGIE
Simpel door toepassing van energiebesparende maatregelen, toename van energie efficientie en grotere inzet van duurzame energie kan het gebruik van fossiele brandstoffen makkelijk met 60% verminderd worden, met gebruik van al bestaande technieken. Alleen al het toepassen van de beste energie efficiency maatregelen kan het verbruik van fossiele brandstoffen met een factor terugdringen, binnen 25 jaar. Gedragsverandering zal ook een grote bijdrage kunnen leveren. Het groeidenken en het doorgaan op de oude voet [Business As Usual] zal totaal op zijn kop gezet moeten worden. Nu nog gaan de meeste prognoses van het IEA, Wereldbank, IMF, etc. uit van een groei van het gebruik van fossiele brandstoffen met 45% in 2030. Maar andere organisdaties stellen dat deze groeitrend kan worden omgekeerd in een vermindering met 50%. Prognoses van de Energy Watch Group en Greenpeace laten een groei van het aandeel van duurzame energie zien van 18% nu tot 35% in 2030. [ ]
II.3 ALTERNATIEVEN VOOR DE HUIDIGE LANDBOUW EN VOOR VLEES EN MELK PRODUCTIE EN VISSERIJ
De huidige gemechaniseerde, grootschalige landbouw met zijn monocultuur, kunstmest en pesticiden, gedomineerd en gesteund door grote multinationals en regeringssubsidies, zal vervangen moeten worden door kleinschalige, biologische en lokale landbouw. De grond moet het bezit worden van degenen die het verbouwen. De rol van de grote multinationals die honderdduizenden hectares grond opkopen van kleine boeren en er grootschalige monocultures van maken moet verminderd worden. Meer aandacht gaan naar vrouwen, die de helft van al het voedsel produceren. Zij moeten het eigendom van hun grond krijgen en de middeln om het beter te bewerken. Door de hogere prijzen van olie, transport, kunstmest, pesticiden, machines, enz., zal gemechaniseerde, grootschalige landbouw te duur worden en achterhaald. Monoculturen moeten vervangen worden door veel meer en lokale gewassen en rassen.
Met de mythe van de vrije markt van het Westen als argument en handels en lening restricties als dreiging, werden vele derde wereld landen gedwongen om hun grenzen open te stellen voor westerse producten. Hun markten werden daarna overspoeld met goedkope, zwaar gesubsidieerde producten, hun boeren werden de markt afgeprijsd en werden werkloos, de lokale voedselproductie nam af en hun afhankelijhedi van import nam toe.. De boeren werden gedwongen om marktproducten te gaan verbouwen, maar kregen er te lage prjzen voor van de multinationals. Deze bepalen de prijs en kontroleren de markt. Ze beheersen de hele keten van voedsel productie en consumptie, van zaden, kunstmest, pesticiden, voedelverwerking, transport, distributie en marketing. Dit perverse systeem moet gestopt worden. Regeringen en boeren moeten opnieuw zeggenschap krijgen over hun land en welke gewassen ze verbouwen.
De multinationale bedrijven moeten genationaliseerd worden, in kleinere onderdelen geknipt en overgenomen door boerencooperaties en consumentenorganisaties.
MAKKELIJKE OPLOSSING: VEGANISME
Er is een makkelijke en goedkope oplossing voor het voedselprobleem en voor vele andere problemen. Dat is een veganistische, biologische landbouw. Mensen hebben geen dierlijke producten als vlees en melk nodig om gezond te blijven. Daarover doen vele sprookjes de ronde. Een daarvan is dat koemelk drinken goed is voor de gezondheid en tegen botontkalking.Het tegendeel is het geval. In landen waar mensen geen of weinig melk drinken, zoals Japan, is er veel minder botopntkalking dan in landen waar juist heel veel melk wordt gedronken, zoals in Nederland en Zweden. Het vet in vlees veroorzaakt een te hoog cholesterol gehalte in het bloed; veganisten hebben een veel lager, gezond cholesterolgehalte. Ook hartaanvallen en vaataandoeningen komen bij vlees en melkconsumenten veel vaker voor. De productie van vlees en melk kan en moet minimaal met 80% verminderen.
VOORDELEN
Veganistische en biologische landbouw heeft zoveel voordelen, dat men zich afvraagt waarom mensen toch doorgaan met het eten van dierlijke, niet biologische producten:
. Er is 5x minder landbouwgrond nodig voor dezelfde hoeveelheid voedsel
. Geen noodzaak om meer bossen en andere natuurgebieden te kappen of te ontginnen..
. Grote oppervlakten land die nu gebruik worden voor de productie van veevoer [75% van alle landbouwgroond wordt daar nu voor gebruikt], kunnen herbebost worden en teruggegeven aan de natuur.
. Het uitsterven van vele planten en dieren wordt daarmee voorkomen
. De uitstoot van broeikasgassen gaat met 18% omlaag
. Overbegrazing en de daardoor veroorzaakte erosie wordt beëindigd.
. De vervuiling van lucht, water en land door dierlijke mest, kunstmest, pesticiden, hormonen en antibiotika neemt met minimaal 80% af
.Vele ziekten van dieren en mensen zullen verdwijnen of minder gevaar opleveren, zoals Salmonella., BSE, Mond en klauwzeer, varkenspest, vogelpest, blauwtong en vele anderen.
. Het gevaar van het overstappen van dierzikten op mensen zal grotendeels verdwijnen omdat dit het meest gebeurt op grote boerderijen en door lange afstnds transport.
. De menselijke gezondheid zal verbeteren.
. Hetr lijden van tientallen miljarden dieren in de bioindustrie komt tot een einde.
. Geen voedseltekorten en geen honger. Al het voedsel dat nu in veevoer wordt verwerkt is genoeg om meer dan 3 miljard mensen te voeden. Er blijft veel meer graan, mais en soja over voor menselijke consumptie.
Echter, er is mij nog geen regering of landbouwminister bekend die in een veganistische landbouw en levenswijze is geïnteresseerd of die bevordert. Terwijl wel de productie van biobrandstoffen met miljarden wordt gesubsidieerd, die geen van deze voordelen kent. Alle landbouwsubsidies gaan nu nog naar vervuilende, zgn. conventionele landbouw. Maar er verandert toch iets. Sommige regeringen en ministers roepen al op om minder vlees en melk producten te consumeren. Wanneer alle externe kosten die het gevolg zijn van vlees, melk, ei productie en van visserij worden doorberekend in de prijzen, zouden de prijzen minimaal verdubbelen en zou de consumptie fors teruglopen. Dat zou een goed begin zijn.
I.4 GEEN BIOBRANDSTOFFEN
Wanneer er voedseltekorten zijn en de de prijzen van tarwe, mais, rijst en soja zijn verdubbeld, is het misdadig om die voedingsmiddelen te gebruiken om er biobrandstoffen van te maken. Arme mensen betalen daarvan de prijs, omdat ze onvoldoende voedsel kunnen nkopen. De OECD verwacht een verdubbeling van de vraag naar tarwe voor de productie van biobrandstoffen.in 2012. Dat zal bijdragen aan hogere voedselprijzen. Voor een aandeel van biobrandstoffen van 10 % in autobrandstoffen, zullen er vele miljoenen hectares landbouwgrond nodig zijn. Wanneer alle landbouwgrond in de EU gebruikt zou worden voor de verbouw van biobrandstoffen, zou het aandeel nog maar de helft bedragen. Nu is dat aandeel nog geen 1%. Het is duidelijk dat het geen enkele zin heeft om hier mee door te gaan. Het is alleen aan subsidies en wettelijke verplichtingen te danken dat de groei van de productie ervan zo sterk stijgt: een verdubbeling in de afgelopen 4 jaar. Omdat er in de EU geen grond genoeg is om het zelf te produceren, gaat men biobrandstoffen invoeren, uit landen als Brazilië en Indonesië. Daar worden er weer grote stukken bos gekapt, waardoor de uitstoot van BKG toeneemt, terwijl het de bedoeling was om die juist te laten afnemen door het gebruik van biobrandstoffen. Een iets betere aanpak is het om 2e generatie technologie te gaan toepassen, die bestaande afvalstromen gebruikt ipv op landbouwgrond geteelde gewassen. Nog beter is het om geleidelijk strengere emissie normen in te voeren voor nieuwe auto’s, van een gemiddelde van 160 gram CO2 per km, naar 120 gram in in 2010, 60 gram in 2020 en 40 gram in 2025. Er zijn nu al auto’s die maar 88 gram CO2 per km halen, technisch is het prima mogelijk. Zo’n aanpak levert veel meer resultaat op, zonder enorme subsidiebedragen. In 2025 zou de CO2 uitstoot van auto’s hierdoor al met 40% kunnen dalen. Ook electrische auto’s zijn beter, vooral als de stroom uit duurzame energiebronnen komt. Het beste is natuurlijk minder auto rijden, een beter openbaar vervoer, bevordering van fietsen en wandelen.
I.5 MINDER VOEDSELVERLIEZEN
Bij zowel de productie, transport, opslag, bewerking en consumptie gaat circa de helft van al het voedsel verloren. In Westerse landen gooien mensen een derde van het voedsel weg, omdat het te oud is of beschimmeld of omdat ze het niet lekker vinden. Maar ook bij de opslag en verwerking gaat er veel verloren.
II.6 AANLEG VOEDSELVOORRADEN
Wereldwijd zijn de voedselvoorraden gedaald tot het laagste nivea in 30 jaar. Graanvoorraden zijn nog maar toereikend voor 2 maanden. Dat komt enerzijds omdat de voedselconsumptie de laatste 7 jaar groter was dan de productie, anderzijds omdat veel landen hun reserves hebben verkleind. Dit op advies van oa de Wereldbank, het IMF. De kosten van het aanleggen en het aanhouden van voedsel.
II.7 STOPPEN VERVUILENDE SUBSIDIES
Het is een sprookje dat het voorkomen van klimaatverandering zoveel geld zou kosten dat het de economie zou ontwrichten. Integendeel, op korte en op lange termijn levert het geld op!
Het gaat hierbij wereldwijd om ruim $500 miljard aan vervuilende subsidies per jaar. Deze subsidies komt vooral ten goede aan de productie van vlees en zuivel, niet duurzame landbouw, fossiele energie, wegtransport, luchtvaart en kernenergie. Indien regeringen die subsidies de komende 10 jaar tot nul zouden terugbrengen en de helft ervan zouden besteden aan energiebesparing en duurzame energie, zou er nog $125 miljard per jaar overblijven! Dat geld kan gestort worden in een fonds dat de schadelijke gevolgen van klimaatverandering voor de meest getroffen gebieden kan verminderen, vergoeden of compenseren.
CONCLUSIES
1. Binnen 10 tot 15 jaar zullen er voedseltekorten en hongersnoden ontstaan.
2. Door het ontbreken van voldoende voedselvoorraden en het ontbreken van een systeem van voedselrantsoenering zal er massale sterfte optreden en zullen er enorme stromen vluchtelingen op gang komen.
3. Het is op dit moment niet waarschijnlijk dat regeringen tijdig de nodige maatregelen treffen om een Peak Food situatie te voorkomen of voedselvoorraden aanleggen om de gevolgen van hongersnoden te beperken. Hier ligt een rol voor de EU om het initiatief te nemen om te komen tot oplossingen voor dit probleem.
Zie maar hoe de Westerse regeringen het Kyoto Verdrag alleen lippendienst bewijzen.
Immers, ondanks de ondertekening door veel landen van het Kyoto verdrag is de uitstoot van broeikasgassen sinds 1990 alleen maar gestegen, ondanks alle beloftes, de druk van de publieke opinie en de steeds alarmerender rappoorten van de IPCC.
De uitstoot van CO2 is wereldwijd vanaf 2000 tot 2007 driemaal zo snel gestegen als in de periode 1990 tot 2000, ondanks het Kyoto verdrag, namelijk met 3% per jaar, vergeleken met 1% per jaar in de periode 1990 tot 2000. Intussen gaat het proces van klimaatverandering minimaal drie maal zo snel als nog enkele jaren gelden voorspeld. [11]
Over voedseltekorten en hongersnoden op korte termijn wordt nog nauwelijks nagedacht en dus is er in de verste verte geen internationaal of nationaal beleid voor ontwikkeld.
Wie zal er dan voor zorgen dat er binnen 10 jaar geen honderden miljoenen mensen zullen sterven van de honger?
Terwijl het nu nog zo makkelijk is om zulke rampen te voorkomen: er moet nu iets gedaan worden. Hier ligt een rol voor milieu-, energie- en ontwikkelingsorganisaties.
1 Peak Oil, New Scientist, 271007, p.5
2 Ministerie van LNV, Duurzame Soja, Brief aan 2e Kamer, p.1, 060607
3 Idem
4 Howden, Daniel, The hidden cause of global warming; The Independent , 140507
5 Arctic ice melting away. New Scientist 061007, p.7
6 Voedselvoorraden
7 Driekwart landbouwgrond voor veevoer
8 Verdubbeling graanprijzen
9 Global Canopy Report, 140507, Oxford
10. An answer to the Global Food Crises, 24-408, www.viacampesina.org
11. IEEP, March 2007, Reforming Environmental Harmful Subsidies, Report for the EU Commission DG Environment.
12. Metro, Klimaatprobleem: drie voor twaalf, 040607
. Keith Akers, Bringing an End to World Hunger. www.compassionatespirit.com
. Harry Mather, Feeding the World, Vegan Views 89, 2001
. Stern Report, 2006, Economics of Climate Change, Report for UK government
. McKinsey Report, January 2007, Climate Progress
.World Watch Institute, 2008,
. IPCC, 2008, laatste rapport
. Compassion in World Farming [CIWF], The Global Benefits of Eating Less Meat, 2004
. CLM, Utrecht, 2007,Vlees slechter voor milieu dan autorijden,
. FAO, Livestock’s Long Shadow, 2006
. Eating The Earth, 2006, The Vegan Society, www.vegansociety.com
. Brown, L., 2008, PLAN B 3.0, Mobilizing to Save Civilazation. W.W.Norton & Company
. Pearce, Fred, 2007, De laatste generatie, Uitg. Jan van Arkel
. Monbiot, George, 2008, Hitte, Uitg. idem
. Lynas, M, 2008, Drie Graden, Uitg. idem
. IEA, 2008, World Energy Outlook
. MO PAPER NR.35, Hauwmeiren, S., Betalen de Armen de prijs van slecht beleid?
. IFPRI
. WMO
. WWF 201008, Climate Change, faster, stronger, sooner.
. Algemene Rekenkamer, 301008, Duurzame Visserij.
. Duurzame en Solidaire Economie, 161009, info@economische groei.net
joop boer, bioloog, publicist, bioboer en veganist
If we all stand together, changes are inevitable....
Greenpeace.
Greenpeace is een onafhankelijke wereldwijde campagne organisatie die inzicht wil geven en gedrag probeert te veranderen. Zij wil vrede promoten, het milieu beschermen en behouden.
Ontbossing in Brazilië.
Inleiding
Het zorgdragen voor een duurzame wereld is een taak die ons allen aangaat. Tegelijkertijd hebben de groeiende wereldbevolking en de toenemende industrialisatie en globalisering een vernietigend effect op het milieu. Vervuiling van water en lucht, ontbossing en het broeikaseffect zijn daar enkele voorbeelden van. De milieueffecten op langere termijn zijn nog niet volledig te overzien, maar als we op dezelfde voet voortleven zal de toekomst er voor velen niet erg rooskleurig uitzien. Op dit moment zijn er al honderden miljoenen mensen die niet eens in hun basisbehoefte aan voeding kunnen voorzien en miljarden die niet over schoon drinkwater kunnen beschikken.
Deze problemen zijn natuurlijk niet een, twee, drie op te lossen. Wel is het mogelijk om met eenvoudige middelen bij te dragen aan een verbetering van de situatie. Vooral als we het bekende adagium ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’ niet vergeten.
[i]
Voedselproductie
In onze geïndustrialiseerde samenleving behoort landbouw tot een van de sectoren die het milieu het meest schaden. Het primaire doel van landbouw is voedselproductie. Dus als we oog hebben voor de gevolgen die ons doen en laten heeft voor het milieu, zullen we naast andere gewoonten ook onze eetgewoonten onder de loep moeten nemen. Net als bijvoorbeeld bij het gebruik van de auto is er een direct verband tussen wat we iedere dag eten en de toestand van het milieu.
Echt milieubewuste consumenten zijn niet alleen bezorgd over het gebruik van pesticiden, milieuvervuilend verpakkingsmateriaal, genetische manipulatie of de afstand die voedsel ‘van grond tot mond’ aflegt, maar stellen ook de enorme gevolgen ter sprake die de moderne veehouderij heeft voor natuur en milieu. Boeren werden lange tijd gezien als beschermers van het platteland, maar dat beeld verandert: de geïndustrialiseerde landbouw wordt hoe langer hoe meer synoniem met vernietiging en verspilling.
De wereldwijde vleesproductie is in de laatste vijftig jaar verviervoudigd en de veestapel is meer dan drieënhalf keer zo groot als de totale wereldbevolking.
[ii] De trend dat de veestapel veel sneller toeneemt dan de al grote groei van het aantal mensen op deze wereld, draagt bij aan de genoemde problemen.
De veehouderij in het algemeen is slecht voor land, water, lucht en biodiversiteit, door het mestoverschot, het gebruik van fossiele brandstoffen en de genetische verarming bij het fokken van dieren door inteelt. De voedselproductie wordt indirect beperkt doordat er steeds minder grond geschikt is voor akkerbouw. Ook leidt de uitstoot van broeikasgassen en ammoniak uit mest tot zure regen en zieke bossen.
[iii]
In de volgende paragrafen zullen we wat uitgebreider ingaan op enkele heikele milieuproblemen en de bijdrage die de productie van dierlijk voedsel daaraan levert.
Land
‘De wereld zal in de komende decennia vijf miljard veganisten moeten voortbrengen of zijn totale voedselproductie moeten verdrievoudigen zonder meer land te gebruiken.’ Dennis Avery, directeur van het Center for Global Food Issues.
[iv]
Wat is het probleem?
De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (de FAO) schat dat ongeveer 840 miljoen mensen zijn ondervoed. Dat is grofweg 14% van de wereldbevolking. Gemiddeld sterven 25.000 mensen per dag aan oorzaken die te maken hebben met honger. Jaarlijks sterven zes miljoen kinderen onder de vijf jaar aan honger en ondervoeding.
[v] ‘Hoe kan het,’ vraagt Jacques Diouf van de FAO zich af, ‘dat de wereld in deze tijd van mondiale overvloed, de dagelijkse honger en het gebrek aan voedsel van meer dan 800 miljoen mensen blijft tolereren?’
[vi] Gezien de verwachte groei van de wereldbevolking van zes naar negen miljard in 2050 is ook de vraag hoe we ons in de nabije toekomst zullen voeden urgenter dan ooit.
De beschikbare hoeveelheid land is bij de voedselproductie de grootste beperking. De aarde biedt maar een beperkte hoeveelheid grond waarop gewassen verbouwd kunnen worden. Het is dus zaak om duurzaam en efficiënt met deze grond om te gaan.
Op het ogenblik is een tekort aan voedsel niet het probleem. Er wordt zelfs genoeg voedsel geproduceerd om een wereldbevolking te kunnen voeden van acht tot tien miljard mensen. Maar armoede, machteloosheid, oorlog, corruptie en hebzucht hebben ertoe geleid dat de toegang tot voedsel niet gelijkelijk is verdeeld. Voor dit probleem zijn er geen eenvoudige oplossingen, maar wel is het zo dat de westerse leefstijl – en het dieet in het bijzonder – hierin een belangrijke rol speelt.
De relatie met dierlijk voedsel
Het aantal dieren dat gehouden wordt voor consumptie overschrijdt de 21 miljard per jaar.
[vii] En voor het fokken (en voeden!) van al die dieren is meer dan tweederde van de landbouwgrond en eenderde van het totale landoppervlak nodig.
[viii] Maar dat is natuurlijk gerechtvaardigd, want door het voedsel te eten dat de mensen niet kunnen verteren en door dit in vlees, melk en eieren om te zetten, voorzien dieren ons van een extra voedingsbron. Tenminste, dat is wat de dierenindustrie ons wil laten geloven. In feite wordt het vee hoe langer hoe meer gevoed met granen en gewassen die direct door mensen hadden kunnen worden gebruikt. Of die op land werden verbouwd dat gebruikt had kunnen worden om voedsel te telen voor mensen.
In 1900 werd iets meer dan 10% van de totale hoeveelheid graan gevoerd aan dieren. Tegen 1950 was dit percentage toegenomen tot meer dan 20% en aan het eind van de vorige eeuw bedroeg het al 45%.
[ix] In termen van efficiënt gebruik van energie is dit gebruik van graan voor de wereldvoedselproductie onaanvaardbaar. Het is immers een regelrechte verspilling van voedsel. Dieren gebruiken de energie uit voedsel om zich te kunnen bewegen (voorzover dit mogelijk is), zich warm te houden en hun lichamelijke functies in stand te houden. Dit betekent dat maar een deel van de energie die dieren uit plantaardig voedsel verkrijgen wordt omgezet in vlees of zuivelproducten. De schattingen variëren, maar in een recente studie
[x] berekende hoogleraar Vaclav Smil van de Universiteit van Manitoba (Canada), dat het slachtvee dat op weidegronden wordt gefokt slechts 2,5% van het voer kan omzetten in voedsel voor menselijke consumptie. De geschatte omzetting van eiwit was iets minder inefficiënt; nog geen 5% van de eiwitten in het plantaardig voer wordt in eetbare dierlijke eiwitten omgezet. Deze cijfers zijn nog slechter dan ze al lijken, aangezien het dieet van slachtvee voornamelijk bestaat uit granen die ook voor menselijke consumptie geschikt zijn.
De productie van rundvlees van dieren die op weidegrond hebben gegraasd is van de dierlijke producten een extreem voorbeeld van inefficiëntie. Maar zelfs het minst inefficiënte product – melk – gaat gepaard met een verspilling van kostbare landbouwgrond. Smil berekende dat de meest efficiënte melkkoeien tussen 55 en 67% van de energie uit hun voedsel omzetten in energie aan melk.
Een andere manier om de efficiëntie te bepalen is om de hoeveelheid aan landoppervlakte te meten die nodig is om één calorie aan voedsel te produceren. De onderzoekers Gerbens-Leenes et al.
[xi] hebben dit gedaan voor het voedsel dat in Nederland wordt gegeten. Uit het onderzoek blijkt dat er voor een kilo rundvlees het grootste oppervlak aan land nodig is en voor een kilo groenten het kleinste oppervlak. Hier staat tegenover dat een kilo rundvlees meer calorieën bevat dan eenzelfde hoeveelheid groenten. Als we uitgaan van een energiebehoefte van 3000 kcal per persoon per dag, dan kunnen we gemakkelijk de benodigde hoeveelheid landoppervlakte per persoon per jaar berekenen.
[xii] Zie onderstaande tabel.
|
Voedsel
|
Land per kg (m²)
|
Calorieën per kilogram
|
Land per persoon
per jaar (m²)
|
|
Rundvlees
|
20,9
|
2800
|
8731
|
|
Varkensvlees
|
8,9
|
3760
|
2592
|
|
Eieren
|
3,5
|
1600
|
2395
|
|
Melk
|
1,2
|
640
|
2053
|
|
Fruit
|
0,5
|
400
|
1369
|
|
Groenten
|
0,3
|
250
|
1314
|
|
Aardappelen
|
0,2
|
800
|
274
|
Op basis van de cijfers uit het onderzoek is er voor een gevarieerd veganistisch dieet met een overvloed aan fruit en groenten, granen en peulvruchten en dat voldoet aan de calorie- en eiwitbehoeften, 700 m² geschikte grond nodig. Zou je eenderde van de calorieën in dit dieet vervangen door calorieën van melk en eieren dan zou de benodigde hoeveelheid land verdubbelen. Voor een typisch Europees, omnivoor dieet is vijf keer de hoeveelheid land vereist die voor een gevarieerd veganistisch dieet nodig is.
Voor het bepalen van het landgebruik van dierlijke producten is bij dit onderzoek uitgegaan van de veronderstelling dat de bijproducten van de plantaardige voedselproductie die in de dierlijke landbouw worden gebruikt geen land vereisen. Zo wordt het vereiste landoppervlak voor de productie van sojabonen voor 100% gekoppeld aan menselijk gebruik van sojaolie, terwijl voor de sojakoeken die worden gebruikt als diervoeder bij vlees- en zuivelproductie geen benodigde vierkante meters worden gerekend. Als hiermee wel rekening zou worden gehouden zouden de cijfers nog ongunstiger uitpakken voor de dierlijke landbouw.
Het zal duidelijk zijn dat wie zijn beslag op de beschikbare ruimte, oftewel zijn ‘voetafdruk’, wil beperken, beter af is met een plantaardig dieet, dan met een dieet dat ook dierlijke producten bevat.
[xiii]
‘Ghost acres’
Het grootste deel van het land dat bij het verbouwen van voer voor vee wordt verspild bevindt zich in ontwikkelingslanden, dus juist daar waar het voedsel het schaarst is. Europa bijvoorbeeld, voert 70% van zijn eiwitten voor diervoeder in. In een rapport van het Europees Parlement leidde deze constatering tot de opmerking dat ‘Europa […] wel zijn mensen maar niet zijn dieren kan voeden.’
[xiv] Volgens Tim Lang, hoogleraar Voedselbeleid aan de Londense City University wordt ‘alleen al in Brazilië […] het equivalent van 2,3 miljoen hectare land gebruikt om sojabonen voor dieren in Europa te verbouwen. Deze “ghost acres” logenstraffen de zogenaamde efficiëntie van de hi-tech landbouw.’
[xv] Europa draagt hierdoor ook bij aan de ondervoeding van de arme bevolking.
[xvi] Op het land waarop de gewassen voor diervoeder worden verbouwd, kan namelijk geen voedsel voor de eigen bevolking worden geproduceerd. Ook leidt de intensieve landbouw, die bovendien een monocultuur is, ertoe dat de landbouwgrond uitgeput raakt. De economisch kwetsbare bevolking raakt zo nog verder weg van duurzame landbouwsystemen. En dit alles alleen maar om de rijke westerse wereld met zijn ongezonde smaak voor dierlijke producten tevreden te stellen.
Grazige weiden
Hoewel de van graan afhankelijke industriële landbouw het snelst groeiende type van dierlijke productie is, worden niet alle dieren op deze wijze gefokt. Een groot gedeelte van het vee in de wereld wordt nog op weilanden gehouden. Wereldwijd gebruikt het vee ongeveer 3,4 miljard hectare weiland.
De verdedigers van dierlijke landbouw wijzen erop dat de meeste weilanden ongeschikt zijn voor het verbouwen van graan om mensen te voeden. Zij menen dat het vee, door het omzetten van gras en andere planten in energie en eiwitten die voor mensen wel verteerbaar zijn, een waardevolle bijdrage levert aan onze voedselvoorziening. De werkelijkheid is echter dat de weilanden die momenteel worden gebruikt om vee en andere herkauwers te laten grazen, vrijwel altijd geschikt zijn voor het kweken van bomen. Een dergelijk efficiënt gebruik zou niet alleen een goede bron van fruit en noten opleveren, maar zou ook vele milieuvoordelen hebben.
Samenvatting
Hoewel 840 miljoen mensen niet genoeg voedsel hebben om op een normale manier te kunnen leven, blijven wij tweederde van de landbouwgrond verspillen om uiteindelijk slechts een fractie van het potentieel aan energie te verkrijgen.
Het is duidelijk dat de toegang tot voedsel een uiterst complexe kwestie is en er zijn ook geen gemakkelijke antwoorden. Toch blijft het zo dat de bevolking van de wereld stijgt en dat de hoeveelheid geschikte landbouwgrond afneemt. Als we de toekomstige mondiale voedselschaarste willen vermijden dan zullen we duurzame manieren moeten vinden om met onze natuurlijke bronnen om te gaan. De industriële productie van dierlijk voedsel is onhoudbaar en niet te verantwoorden.
Water
‘Aan het begin van de eenentwintigste eeuw ziet de aarde met zijn grote hoeveelheid en verscheidenheid aan levensvormen, inclusief zes miljard mensen, een ernstige watercrisis onder ogen.’
[xvii] World Water Assessment Programme.
Wat is het probleem?
Wij weten allemaal dat onze planeet voor het grootste gedeelte bestaat uit water. Het is daarom op het eerste gezicht moeilijk te geloven dat juist water ooit zo schaars zou kunnen worden, dat de toekomstige voedselproductie en de algemene gezondheid van onze planeet in gevaar komt. Toch is van al dat water maar 2,53% zoet water en een groot gedeelte daarvan is niet eens toegankelijk. Permanente sneeuw en gletsjers bestaan uit ongeveer tweederde van dat water. Het resterende zoet water bestaat bijna helemaal uit grondwater.
[xviii]
Volgens Sandra Postel van het Global Water Policy Project, wordt aan de ‘bankrekening’ met het mondiale grondwater jaarlijks 200 km³ teveel onttrokken.
[xix] Deze plundering van natuurlijke bronnen heeft ernstige gevolgen voor de toekomstige voedselproductie en wereldgezondheid. Het Worldwatch Institute rekent overmatig watergebruik, naast HIV en de krimpende oppervlakte akkerland per persoon, zelfs tot een van de drie meest verwoestende problemen die we onder ogen zien en zullen zien.
[xx]
De verontreiniging van het water met ongeveer 1500 km³ afvalwater is een belangrijk onderdeel van het probleem. Volgens de VN zorgt de lozing van één liter afvalwater ervoor dat gemiddeld acht liter zoet water verontreinigd raakt, zodat in totaal rond de 12.000 km³ van het zoet water vervuild is.
[xxi]
Volgens ramingen heeft de klimaatverandering mogelijk een verhoging van 20% van de wereldwijde waterschaarste tot gevolg.
[xxii]
In een publicatie van UNICEF en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wordt geschat dat momenteel 1,1 miljard mensen geen toegang hebben tot een veilige watervoorziening en dat 2,4 miljard mensen geen toegang hebben tot sanitaire voorzieningen. ‘Bijgevolg sterven in ontwikkelingslanden jaarlijks 2,2 miljoen mensen, grotendeels kinderen, aan ziekten die verband houden met het gebrek aan veilig drinkwater en beperkte of slechte sanitaire voorzieningen.’
[xxiii]
De situatie zal vermoedelijk verergeren, aangezien de bevolking zich uitbreidt en de consumptie per hoofd van de bevolking zal toenemen als steeds meer mensen het westerse leefpatroon, dat een veel te groot beslag op de natuurlijke hulpbronnen legt, zullen overnemen.
Om in onze basisbehoeften te kunnen voorzien is er per persoon per dag 20 tot 50 liter schoon water nodig.
[xxiv] De VN voorspellen dat er ‘halverwege deze eeuw in het slechtste geval 7 miljard mensen in 60 landen en in het gunstigste geval 2 miljard mensen in 48 landen een tekort aan water zullen hebben.’
[xxv] Het probleem is zelfs zo ernstig dat vele milieudeskundigen en politieke commentatoren verwachten dat de conflicten van de toekomst eerder over water dan over olie zullen gaan.
De relatie met dierlijk voedsel
Wereldwijd wordt 70% van het water voor de landbouw gebruikt. Dit is grotendeels voor de irrigatie van de akkers.
[xxvi] Zoals eerder vermeld wordt veel van dit land en de gewassen verspild aan de productie van diervoeder. Het water dat op dit land wordt gebruikt of direct voor het vee bestemd is, vertegenwoordigt nog zo’n verspilling. Het water had beter gebruikt kunnen worden bij het verbouwen van gewassen die zonder ‘dierlijke omweg’ voor menselijke consumptie geschikt zijn.
Er wordt verschillend gedacht over hoeveel water op deze wijze wordt verkwist. David Pimentel, hoogleraar Ecologie aan de Cornell University heeft berekend dat er 500 liter water nodig is voor één kilogram aardappels, 900 liter per kilo tarwe, 3.500 liter per kilo kippenvlees en een ongelofelijke 100.000 liter om één kilo rundvlees te produceren.
[xxvii]
Een veel conservatievere raming komt van de dierwetenschappers Beckett en Oltjen van de University of California.
[xxviii] In een studie die gedeeltelijk door de California Beef Council werd gefinancierd, kwamen zij erop uit dat voor tarwe 120 liter per kilo en voor rundvlees 3700 liter per kilo vereist is. Zelfs met deze laatste schatting vertegenwoordigt de rundvleesproductie nog een schandalig misbruik van een van onze kostbaarste natuurlijke rijkdommen. 3700 liter, dat is evenveel als 40 badkuipen, 300 keer de WC doorspoelen en 100 keer het schone water dat volgens UNESCO voor ieder beschikbaar zou moeten zijn. We zullen hier iets nader op ingaan.
Een kilogram rundvlees bevat ongeveer 2800 kilocalorieën en 174 gram eiwit, een kilo tarwe 3300 kcal en 110 gram eiwit (100 gram na aanpassing voor verteerbaarheid).
[xxix] Volgens Beckett en Oltjen is voor een kilo rundvlees zoals gezegd 3700 liter water en voor een kilo tarwe 120 liter water nodig.
Als wij deze cijfers combineren dan blijkt dat waar tarwe ons een gemiddelde van 27,5 kcal voor elke gebruikte liter water oplevert, dit voor rundvlees maar 0,76 kcal per liter is. Dit betekent dat – uitgaande van de lagere schattingen voor het watergebruik van Beckett en Oltjen – rundvlees 36 keer zo veel water per calorie vereist als tarwe. Wanneer we hetzelfde berekenen voor verteerbare eiwitten, dan blijkt tarwe 18 keer zo zuinig als rundvlees. In onderstaande tabel zijn de cijfers op een rijtje gezet.
[xxx]
|
|
Calorieën
|
Verteerbaar eiwit
|
Water
|
Calorieën per liter
|
Eiwit per liter
|
|
Tarwe
|
3300
|
100
|
120
|
27,50
|
0,833
|
|
Rundvlees
|
2800
|
174
|
3700
|
0,76
|
0,047
|
|
Tarwe/Rundvlees
|
|
|
|
36
|
18
|
Een ander aspect dat eerder al aan de orde is gekomen is het fenomeen van de ‘ghost acres’. Een groot percentage van de gewassen die wij aan ons (pluim)vee en andere dieren voeden wordt in ontwikkelingslanden verbouwd. Het verspilde water komt dus niet alleen uit ‘onze eigen’ reserves maar ook uit die van de landen waar het drinkwater het schaarst is.
Energie
Wat is het probleem?
Ons wordt vaak verteld dat we zuiniger met energie om moeten gaan, en terecht. Want of het nu gaat om het reizen per auto terwijl het ook lopend of met de fiets zou kunnen, of het gebruiken van gloeilampen waar spaarlampen beter zouden zijn, veel mensen maken zich schuldig aan het op een of andere manier verspillen van energie.
De overconsumptie van energie is een belangrijk probleem omdat het grootste gedeelte van de energie nog wordt gewonnen uit fossiele brandstoffen. Bij het verbranden van olie, steenkool en gas komt er kooldioxide vrij. Dit gas levert de belangrijkste bijdrage aan de door mensen veroorzaakte klimaatverandering.
[xxxi] Broeikasgassen zoals kooldioxide komen hoofdzakelijk in de atmosfeer terecht door verbranding van fossiele brandstoffen, die drievierde van de door mensen gebruikte energie leveren. Maar er zijn ook andere oorzaken, zoals de ontbossing om landbouwgrond te creëren, de landbouwpraktijken in het algemeen en veeteelt in het bijzonder.
[xxxii]
Hoewel de klimaatverandering ongetwijfeld het ernstigste gevolg van energieverbruik is, is het niet het enige probleem. Andere milieugevolgen van het verbranden van fossiele brandstoffen zijn luchtvervuiling, door de emissie van andere giftige gassen, verzuring van land en water en verstoring van ecosystemen in oceanen.
De grote behoefte aan fossiele brandstoffen heeft ook maar al te vaak ernstige implicaties voor inheemse bevolkingen. Het negeren van landrechten bij de mijnbouw en het aanleggen van pijpleidingen en wegen, de verontreiniging van water; het leven dat zij eeuwenlang leidden wordt hun door de vernietiging van hun habitat onmogelijk gemaakt.
[xxxiii]
Zolang de toepassing van duurzame energiebronnen zoals wind-, waterkracht- en zonne-energie nog geen op grote schaal inzetbaar alternatief is, ligt de verantwoordelijkheid bij de consument om te proberen het individuele energiegebruik te beperken. Als consumenten zullen we veel zuiniger moeten zijn met de stroom die we dagelijks gebruiken en de benzine die we verrijden. Maar we kunnen nog meer doen om onze ‘fossiele voetafdruk’ te verkleinen. Een van de grootste energievreters in het moderne leven is de industriële landbouw die voor onze voedselvoorziening zorgt.
[xxxiv] Hoewel we afhankelijk zijn van die voedselproductie kunnen kleine veranderingen in ons voedingspatroon al een significante invloed hebben op de daarvoor benodigde hoeveelheid energie die wij in ons leven gebruiken. Ecologisch bewuste consumenten kopen voedsel dat in de regio is geproduceerd om de afstand te beperken die het voedsel, meestal per vrachtwagen of zelfs per vliegtuig, moet afleggen voordat het in onze monden kan verdwijnen. Ook eten zij seizoensgebonden groenten en fruit om de energie te besparen die wordt gebruikt om kunstmatige klimaten in de kassen van de glastuinbouw tot stand te brengen. Maar vaak wordt er, ook door milieugroeperingen, een aspect vergeten. Over dat aspect gaat de volgende paragraaf.
De relatie met dierlijk voedsel
In de industriële voedselproductie vindt er een zeer slechte omzetting van energie plaats. In de productiesystemen van de intensieve veehouderij is er een grote behoefte aan fossiele energie, hoofdzakelijk voor de productie van diervoeder.
[xxxv] Een onderzoek (dat onder leiding van het Ministerie van Landbouw van de Verenigde Staten werd uitgevoerd) leidde tot de conclusie dat ‘de slachtvee-industrie van de V.S. in hoge mate afhankelijk is van fossiele brandstoffen’ en dat met deze bevindingen ‘vraagtekens zijn te zetten bij de ecologische en economische risico’s die aan de huidige technologie, waarop de Noord-Amerikaanse landbouw drijft, zijn verbonden.’
[xxxvi] Deze zelfde technologie staat model voor de wereldwijde industriële productie van dierlijk voedsel. In de studie werd de benodigde hoeveelheid energie voor de productie per soort voedsel vergeleken met de opbrengst aan energie. De uitkomst was dat de maïs- en gerstopbrengst ongeveer vijf keer zo veel voedingsenergie oplevert als de energie die er in de productie wordt ingestopt, terwijl bij de rundvleesproductie ongeveer drie keer zo veel energie wordt gebruikt als wat het vlees oplevert aan voedingsenergie. Dit betekent dat maïs en gerst in de productie ongeveer 15 keer zo efficiënt zijn bij het gebruik van fossiele brandstoffen als de rundvleesproductie.
Nederlandse studies wijzen erop dat de rundvleesproductie nog het meest efficiënt is; bij de productie van andere soorten vlees zou er nog verkwistender met fossiele brandstoffen worden omgegaan. Brand & Melman berekenden dat voor 1 kilo rundvlees 15,5 Megajoules (MJ) aan fossiele energie vereist is, voor gevogelte 18,1 MJ/kg, voor varkensvlees 18,9 MJ/kg en voor een kilo kalfsvlees zelfs 46,8 MJ.
[xxxvii] Bij deze cijfers wordt uitgegaan van het gewicht van een dier net voor het slachten. Het gewicht aan vlees zal natuurlijk lager liggen, dus bij gecorrigeerde cijfers zal de benodigde hoeveelheid energie per kilo hoger uitkomen. Bij vergelijkbare studies die in Canada werden uitgevoerd vond men een hoger energiegebruik per kilo vlees.
[xxxviii]
Het grootste gedeelte van de energie wordt gebruikt bij het produceren, vervoeren en verwerken van voer. Het is niet zo verbazingwekkend dat het Worldwatch Institute heeft verklaard dat het (Amerikaanse) diervoeder, daar er zo veel energie nodig is bij de productie ervan, wel een aardoliebijproduct zou kunnen zijn.
[xxxix]
Volgens Pimentel en Goodland vereist de aquacultuur
[xl] zelfs nog meer voeding en energie dan de landbouw. De pomp- en verwarmingsinstallaties slokken het grootste deel van de benodigde energie op. Daarnaast worden de gekweekte vissen gevoerd met graan (en dierlijk afval). Zij berekenden dat de productie van 1 kcal meervaleiwit ongeveer 34 kcal aan fossiele energie kost.
[xli] [xlii] Wat een verspilling dat is wordt nog duidelijker als je bedenkt dat graan en gerst ongeveer vijf keer zoveel voedingsenergie opbrengen als er aan fossiele energie nodig is bij de productie.
Voor een geheel plantaardig en dus veganistisch dieet is wezenlijk minder energie nodig dan voor een dieet dat dierlijke producten bevat. Deze energie is vrijwel geheel afkomstig van fossiele brandstoffen. Daarmee levert de consumptie van vlees en zuivel een belangrijke bijdrage aan luchtvervuiling, verzuring (zure regen), olieverkwisting, habitatvernietiging en het broeikaseffect.
Samenvatting
Voor de milieuproblemen die de wereld nu onder ogen ziet zijn er geen gemakkelijke oplossingen. Veel van de problemen vergen een mondiale aanpak, maar dat betekent niet dat we als wereldburgers onderuit kunnen zakken, integendeel. De wereldbevolking bestaat uit individuen zoals u en ik, en de keuzes die wij in ons dagelijkse leven maken hebben gevolgen voor het milieu.
Iedereen is het ermee eens dat landbouw een van de meest milieuonvriendelijke activiteiten is die de mens onderneemt. Dus door voor voedsel te kiezen dat op een ecologisch duurzame manier wordt geproduceerd kunnen we een verschil maken. Zoals we hebben gezien verbruikt het vee meer eiwitten en calorieën dan zij produceert. Alleen al vanwege dit feit is veeteelt een onhoudbaar verbruik van de schaarse middelen die de aarde ons biedt. Daarnaast draagt de consumptie van dierlijke producten bij aan het broeikaseffect, milieuverontreiniging, verarming van land, ontbossing en verlies van biodiversiteit – met andere woorden: aan alle belangrijke milieuproblemen.
Wij zouden ons allemaal bewust moeten zijn van het vernietigende effect van onze leefstijl op de wereld om ons heen. Een plantaardig dieet is geen oplossing voor alle wereldproblemen, maar het is wel een belangrijk individueel middel om duurzamer met deze wereld om te gaan. Milieubewuste mensen eten veganistisch.
Meer informatie?
De laatste tien jaar maken vegetarisme en veganisme een sterke groei door. Er zijn nu ongeveer 2,4 miljoen parttime vegetariërs en vleesverlaters, 300.000 vegetariërs en 16.000 veganisten in Nederland. De Nederlandse Vereniging voor Veganisme (nvv) is opgericht om veganisten en mensen met belangstelling voor veganisme te informeren en te ondersteunen. De nvv wil het veganisme bevorderen en streeft naar de beëindiging van alle exploitatie van dieren. De vereniging geeft een eigen kwartaalblad uit: Vega! Voor meer informatie over veganisme of de nvv kunt u schrijven, bellen of e-mailen naar onderstaand adres. Neem ook eens een kijkje op onze website: www.veganisme.org.
Nederlandse Vereniging voor Veganisme
Postbus 19131
3501 DC, Utrecht
030 24 00 824
info@veganisme.org
www.veganisme.org
Noten
[i] De tekst van deze brochure is behoudens toevoegingen en veranderingen ontleend aan de publicatie ‘Animal products and the environment’, met toestemming van The Vegan Society. Het oorspronkelijke artikel is te vinden op www.vegansociety.com.
[ii] FAO, FAOSTAT Agricultural Data 2002, www.fao.org.
[iii] C. de Haan, H. Steinfeld & H. Blackburn, ‘Livestock and the Environment: Finding a Balance’, FAO, USAID, World Bank, 1998.
[iv] D. T. Avery, ‘Intensive Farming and Biotechnology: Saving People and Wildlife in the 21st Century’, The Meat Business, red: G. Tansey & J. D’Silva, Earthscan Publications, 1999.
[v] FAO, ‘The State of Food Insecurity in the World’, 2002.
[vii] FAO, FAOSTAT Agricultural Data 2002, www.fao.org.
[viii] C. de Haan, H. Steinfeld & H. Blackburn, ‘Livestock and the Environment: Finding a Balance’, FAO, USAID, World Bank, 1998.
[ix] Prof. V. Smil, ‘Rationalizing Animal Food Production’, in: Feeding the World: A Challenge for the 21st Century, MIT Press, London, 2000.
[x] Prof. V. Smil, ‘Rationalizing Animal Food Production’, in: Feeding the World: A Challenge for the 21st Century, MIT Press, London, 2000.
[xi] P. W. Gerbens-Leenes et al., ‘A method to determine land requirements relating to food consumption patterns, agriculture, ecosystems and environment’, 2002; 90:47-58.
[xii] Benodigde m² land per persoon per jaar = benodigde kcal energie per persoon per jaar x benodigde m² land per kg voedsel / aantal calorieën per kg. Bijvoorbeeld: voor 1 kg rundvlees is 209 m² land nodig, 1 kg staat gelijk aan 2800 cal. De benodigde hoeveelheid land per persoon per jaar bedraagt dan: (365 x 3000 kcal =) 1.095.000 kcal x 20,9 m²/kg / 2800 cal/kg = 8173 m².
[xiii] Wilt u een indruk krijgen van het beslag dat u op de beschikbare ruimte legt? Kijk dan op www.voetenbank.nl.
[xiv] European Parliament, Europe’s Deficit in Compound Feedingstuffs and Agenda 2000, Agriculture, Forestry and Rural Development Series, Working Document, AGRI-110, 1999. Geciteerd in J. Turner, ‘Factory Farming and the Environment’, CIWF, 1999.
[xv] T. Lang, ‘Towards a Sustainable Food Policy’, The Meat Business, red: G. Tansey & J. D’Silva, Earthscan Publications, 1999.
[xvi] In Brazilië bijvoorbeeld is 9% van de bevolking ondervoed volgens ‘Brazil; Monitoring progress towards hunger reduction goals of the World Food Summit (WFS) and the Millennium Declaration (MD)’, FAO, 2004. Voor andere landen zijn de cijfers ook op www.fao.org na te gaan.
[xvii] ‘Water for People, Water for Life, Executive Summary, The UN Water Development Report’, World Water Assessment Programme, 2003.
[xix] International Water Management Institute, zie www.iwmi.cgiar.org/groundwater/index.htm.
[xx] Worldwatch Institute, on line nieuwsberichten, ‘Our Demographically Divided World: Rising Mortality Joins Falling Fertility to Slow Population Growth’, www.worldwatch.org/press/news/1999/04/08/. Zie ook: Lester R. Brown, Gary Gardner, Brian Halweil, ‘Beyond Malthus: Nineteen Dimensions of the Population Challenge’, W. W. Norton & Company, 1999.
[xxi] ‘Water for People, Water for Life’, op cit.
[xxiii] Citaat van Gro Harlem Brundtland (WHO) en Carol Bellamy (UNICEF) afkomstig uit het voorwoord van ‘Global Water Sanitation Assessment 2000’, WHO, UNICEF.
[xxiv] UNESCO, World Water Assessment Programme, www.unesco.org/water/wwap/facts_figures/basic_needs.shtml.
[xxv] ‘Water for People, Water for Life’, op cit.
[xxvi] FAO, ‘Review of agricultural water use per country’, www.fao.org/ag/agl/aglw/aquastat/water_use/index.stm.
[xxvii] R. Goodland & D. Pimentel, ‘Sustainability and Integrity in the Agriculture Sector, Ecological Integrity: Integrating Environment, Conservation and Health’, red: D. Pimentel, L. Westra, R. F. Noss, Island Press, 2000.
[xxviii] J.L. Beckett & J.W. Oltjen, ‘Estimation of the Water Requirement for Beef Production in the United States’, J. Anim. Sci. 1993; 71:818-826.
[xxix] US Department of Agriculture, database.
[xxx] Beckett & Oltjen, 1993; USDA nutritional database.
[xxxi] UNEP, Division of Technology, Industry and Economics, Energy & Environment, www.uneptie.org/energy/act/env/.
[xxxii] UNEP, ‘UNEP and Global Climate Change: An Integrated Response’, www.uneptie.org/energy/act/env/docs/climatechange.pdf.
[xxxiii] Dara O’Rourke & Sarah Connolly, ‘Just Oil? The Distribution of Environmental and Social Impacts of Oil Production and Consumption’, Annual Review of Environment and Resources, 2003; 28:587–617. S. Kretzmann & S. Wright, ‘Human Rights and Environmental Operations. Information on the Royal Dutch/Shell Group of Companies, 1996–1997’, Rainforest Action Network, Project Underground, 1997.
[xxxiv] C. de Haan et al., ‘Livestock and the Environment: Finding a Balance’, op cit.
[xxxvi] R.K. Heitschmidt, et al., ‘Ecosystems, Sustainability, and Animal Agriculture’, Journal of Animal Science 1996; 74:1395-1405.
[xxxvii] R.A. Brand & A.G. Melman, ‘Energie inhoudnormen van de veehouderij; deel 2 proceskaarten’, TNO, Instituut voor Milieu- en Energietechnologie, 1993. Geciteerd in C. de Haan, H. Steinfeld & H. Blackburn, 1998, op cit.
[xxxviii] P. Southwell & T. M. Rothwell, ‘Analysis of Output/Input Energy Ratios of Food Production in Ontario’, School of Engineering, University of Guelph, 1977. Geciteerd in C. de Haan, H. Steinfeld & H. Blackburn, 1998, op cit.
[xxxix] Worldwatch Institute, ‘The Price of Beef’, 1994.
[xl] De teelt van vissen en andere waterdieren.
[xli] En dan te bedenken dat de kweek van deze vis, volgens het Productschap Vis na paling de meest gekweekte vissoort in Nederland, nog relatief weinig water nodig heeft, zodat een hoge visdichtheid mogelijk is. Bron: www.pvis.nl/pages/vissector_aquacultuur.html.
[xlii] R. Goodland & D. Pimentel, ‘Sustainability and Integrity in the Agriculture Sector, Ecological Integrity: Integrating Environment, Conservation and Health’, op cit.
Geen regen maar drup.
Bron Trouw idealen (April 2009)
Het is weer droog in de Sahel. En in Mali ook trouwens. Dus sturen we voedselhulp, anders gaan er mensen dood. Of gaan er mensen dood, omdat wij maar voedselhulp blijven sturen?
Ongenadig schroeit de zon de tot roodbruine pulver gereduceerde aarde. Veel in Kutulo is bedekt met een dun laagje stof. In dit afgelegen dorpje in noordoost Kenia viel de afgelopen twee jaar vrijwel geen regen. Desondanks zegt inwoner Ibrahim Osman: „Water is niet onze topprioriteit, dat ons vee overleeft in de droogte is het belangrijkste.” Het verklaart enigszins waarom het dorp geen overdreven haast maakt met het repareren van twee kapotte waterputten die al sinds jaar en dag zand en stof liggen te vergaren.
In een hut die enige verkoeling biedt, legt Ibrahim Osman het probleem uit waar zijn gemeenschap voor staat. Kutulo beschikt over twee diepe waterputten die wel werken, maar in de wijde omtrek is door overbegrazing geen grasspriet meer te bekennen. Dus moeten de nomaden het ver weg zoeken, tot Ethiopië aan toe. Maar in die graasgebieden heerst weer een watertekort.
De inwoners van de regio centraal Mandera wachten kortom met smart op regen. Die viel op veel plaatsen voor het laatst eind 2006. Dat was het jaar van de vorige grote droogte, die de veestapels aanzienlijk deed slinken. Een ramp voor het gebied, dat op veeteelt drijft. Osman verhaalt over een buurman, die met zijn veertig koeien naar het zuidelijker gelegen Wajir trok en onderweg een kwart van z’n beesten zag doodgaan van uitputting. In goede tijden groeit de omvang van de kuddes weliswaar weer aan, maar de balans is vooral vanwege een razendsnel groeiende bevolking zorgelijk.
Onderzoek van de humanitaire tak van de Europese Commissie (ECHO) toont aan dat het gemiddelde aantal stuks vee per persoon door de jaren heen drastisch is gedaald. „De opbrengst van het land kan slechts een beperkte hoeveelheid dieren ondersteunen, die min of meer constant is gebleven. Tegelijkertijd is de bevolking in de afgelopen veertig jaar verviervoudigd.” Dat stelt Lammert Zwaagstra, die het regionale droogteprogramma van ECHO leidt. Zwaagstra’s grafieken laten zien dat er in noord- en noordoost Kenia evenals in vergelijkbare droge gebieden zoals Darfur en in de Sahellanden steeds minder regen valt. De lijnen vertonen een geleidelijke, maar onmiskenbaar dalende trend. Het is langere periodes droog, onderbroken door een toenemend aantal hevige, maar korte regenperiodes.
Een gevolg is dat ouders voorzichtig beginnen te dromen van een andere toekomst voor hun kroost. Ze willen dat hun kinderen bij de overheid gaan werken of bij een non-gouvernementele organisatie, dat ze ambtenaar of politicus worden en geen herder. Ook het bestaan zelf verandert: gezinnen trekken niet langer rond. Mannen ondernemen langdurige en riskante tochten met koeien en kamelen, terwijl families achterblijven met kleinvee zodat kinderen naar school kunnen.
Waar in het dorre noorden van Kenia de bevolkingsgroei de pan uitrijst, dunt de bevolking in droge gebieden in de Sahel juist uit. „Mensen trekken weg uit de zeer droge woestijn”, zegt hoogleraar Mirjam de Bruijn van het Afrika Studiecentrum in Leiden. „In het noorden van Mali bijvoorbeeld woonden vroeger veel meer mensen.” De Bruijn wijst erop dat niet alle sociale tendensen zijn terug te voeren op droogte en voedselschaarste: „Je ziet een veranderende mentaliteit bij jongeren. Die hebben door scholing meer opties gekregen.”
Uit de Sahara trekken mensen naar plaatsen waar een mobiel netwerk is, waar elektriciteit is. „De steden en dorpen in de semidroge gebieden groeien heel hard”, zegt de Bruijn. „De strijd om water wordt daar een probleem.”
Wat niet verandert, is de verknochtheid aan de dieren, letterlijk de levensader voor vrijwel iedereen. Dat maakt kwetsbaar in tijden van droogte. Dat droge gebieden in de Sahel en de Hoorn van Afrika door nationale regeringen aan hun lot overgelaten, maakt de situatie er niet beter op. De onverschilligheid van overheden leidt ertoe dat men keer op keer aangewezen is op voedselhulp, onder meer van het wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties. Omdat er niet voldoende veevoer is, delen dorpsgenoten het gedoneerde maïsmeel noodgedwongen met hun koeien en geiten.
„We zijn afhankelijk van voedselhulp”, zegt dorpsoudere Isaac Adawa uit Elwak. „Als we die niet delen met de dieren, gaan ze dood.”
Elwak bestaat uit ongeveer 30.000 zielen, vrijwel iedereen bezit wel enkele dieren. Het tekort aan veevoer is nijpend. Adawa verwacht veel van ‘sympathisanten’ en ngo’s. Op de vraag wat de gemeenschap zelf doet om zich te wapenen tegen zware tijden zoals deze, blijft het even stil bij de dorpsoudere. Dan: „Vorig jaar kocht een ngo graszaad voor ons. Dat hebben we geplant, maar omdat de regens uitbleven mislukte het plan.”
Soms lijkt het wel of de noordelijke zuiderlingen een passieve speelbal zijn van natuurrampen, of verleden en toekomst hen in het geheel niet beroeren. Lijkt, want langzaamaan begint men na te denken over langeretermijnoplossingen als alternatief voor structurele hulpafhankelijkheid. Samen met de bevolking onderzochten humanitaire werkers van de Europese Commissie nieuwe mogelijkheden. Daarbij draait het om verhoging van de weerbaarheid tegen droogte, het immer terugkerende probleem.
Voor de verandering keken de betrokkenen nu eens niet naar alternatieve, doch veelal marginale inkomstenbronnen voor de veehouders, zoals de kweek van aloë vera, dat wordt gebruikt in schoonheidsproducten. Je maakt van een boer nu eenmaal niet snel een drogist.
Vee, de hoeksteen van het bestaan in deze contreien, bleef het uitgangspunt. Zo wordt nu structureel aandacht besteed aan een betere gezondheid van de dieren. Herders schakelen voorzichtig over van koeien op kamelen, het woestijndier bij uitstek. Er zal eerder worden gewaarschuwd voor droge tijden, om veehouders ertoe te brengen hun dieren in een eerder stadium te verkopen. Om wat reservekapitaal op te bouwen zijn nieuwe afzetmarkten cruciaal. Daar wordt dus naar gezocht.
In de Sahel bleek Mali in staat een voedselmarkt op te zetten die een deel van de noodhulp overbodig heeft gemaakt. De regering heeft samen met ngo’s voor gezorgd dat transport deels wordt gesubsidieerd. „Er gaan weliswaar nog steeds mensen dood van de honger, maar zo schrijnend als in de Hoorn is het in West Afrika niet”, stelt professor De Bruijn.
Even belangrijk is het creëren en verbeteren van natuurlijke reservoirs die meer en langer water vasthouden. Zoals in het uitgestrekte niets dat Dololo heet, in noordoost Kenia. Aan de rand van deze bloedhete nederzetting gaapt een enorme geul achter een damwand. Het karige groen van de omringende planten en struiken duidt op de aanwezigheid van grondwater, maar het brede reservoir is drooggevallen.
„De bodem is verzilt”, legt een specialist van hulporganisatie Care uit. De plannen om het reservoir verder uit te graven zijn goedgekeurd. „We zullen de opvangcapaciteit verdubbelen. Water kan straks drie maanden tot een jaar worden vastgehouden.”
Tot die tijd is het behelpen. „Een alternatief voor veehouderij is er voor ons niet”, zegt een getaande man, vader van twaalf kinderen bij twee vrouwen. Met een blik op de dorre omgeving lijkt dat een gerechtvaardigde conclusie: in Dololo groeit zo te zien niets eetbaars. Een school is er niet en medicijnen evenmin. Een ziek kind wordt hier in een doek op moeders rug gewikkeld en naar de kliniek gedragen, twintig kilometer verderop. Het is een volstrekt raadsel hoe mensen in dit niemandsland overleven. Op steenworp afstand zijn enkele mannen bezig een grote kuil te graven, om water dat er niet is, op te vangen. „Voedsel voor werk”, zegt de vader van twaalf, doelend op een noodhulpprogramma van de VN. Zo dus.
„Wij houden een aanzienlijk deel van de bevolking kunstmatig in leven, dat vroeger was gestorven”, stelt Lammert Zwaagstra onomwonden. Met ‘wij’ bedoelt de expert de rijke landen die veel geld besteden aan voedselhulp.
Het werpt de vraag op hoe zinvol dit allemaal is. De problematiek in onderontwikkelde gebieden is een onderdeel van onze (westerse) belevingswereld geworden. Beelden van uitgemergelde Afrikanen roepen bij velen een hulpreflex op, niemand wil een medemens van de honger of door ziekte zien sterven. Vrijwel dagelijks zendt het lokale Nairobiaanse radiostation Capitol FM spotjes uit: miljoenen mensen in Kenia riskeren de hongerdood. Luisteraars worden opgeroepen geld te doneren. De regering riep de droogte eerder dit jaar uit tot nationale ramp, een ramp waarvan de omvang ernstiger wordt geacht dan welk gevolg van de mondiale economische crisis dan ook.
Het land heeft een hoog potentieel qua voedselproductie, maar is overgegaan tot massale import van graan, mede mogelijk gemaakt door bakken vol donorgeld. Vergeten wordt vaak dat de voedselcrisis hier voor een belangrijk deel man made is, veroorzaakt door gebrek aan of weinig vooruitziend beleid.
Zo heeft de politieke crisis van vorig jaar een deel van de voedselproductie lamgelegd. In dat licht kan men zich afvragen welk signaal er uitgaat van de aanhoudende humanitaire hulpstroom richting Afrikaanse regeringen, die er een potje van maken.
De omvang van de noodhulp richting Oost-Afrika is inmiddels groter dan die naar de Sahel. De Bruijn: „Veel problemen zijn toe te schrijven aan een gebrek aan goed bestuur.” Niettemin voegt ze eraan toe: „Je lost het probleem niet op door te stoppen met het geven van noodhulp.”
Unicef stelde in haar belangrijkste rapport uit 2008 dat sub-Sahara Afrika te weinig vooruitgang boekt in de bestrijding van honger, het eerste Millenniumdoel. Ondervoeding is een complex probleem, dat vaak genoeg wordt beantwoord met dezelfde reflex: noodhulp. Maar kan men nog spreken van noodhulp als die jaar in jaar uit wordt verstrekt? „Zelfs in goede jaren teert 20 procent van de bevolking in Turkana (noordwest Kenia) op voedselhulp”, zegt een functionaris van de VN.
Van het reguliere noodrantsoen per gezin wordt in noordoost Kenia de maïs gedeeld met de koeien. En zo blijft er voor velen voedsel over voor één maaltijd per dag. Zwaagstra: „Bij catastrofale droogtes zullen we altijd een rampenplan paraat hebben. Hoe dan ook verschuift onze aanpak: we moedigen gemeenschappen aan om zelf oplossingen te vinden voordat zich wéér een noodsituatie aandient.”
Omstreden Plumpy nut
Hulporganisatie Save the Children geeft kinderen in de Sahel en in Oost-Afrika een voedingssupplement, Plumpy nut genaamd. Het is een soort proteïne- en calorierijke pindakaas en redt kinderenlevens. Maar het heeft een keerzijde. „Waarom zou je aan gezinsplanning doen als je gratis Plumpy nut kunt krijgen?”, vraagt een jonge Keniaanse ontwikkelingswerker licht cynisch. De bevolkingsgroei in landen als Kenia en Oeganda is onrustbarend hoog en geen regering denkt aan actief beleid om die groei enigszins te beteugelen.
113