Voed de wereld
Jeremy Rifkin is de auteur van Beyond beef: The Rise and Fall of the Cattle Culture (Plume, 1992) en The Biotech Century (Victor Gollancz, 1998). Hij is eveneens president van The Foundation on economic trends in Washington DC in de VS.
De oorzaak van honger / Het probleem vandaag/Het fokken van dieren betekent het verhongeren van mensen / waar komt het voedsel voor dieren vandaan? / Wie lijden honger? / Wereldhandel / Waarom hebben landen schulden? / In de handen van de rijken/Mislukte oogsten / De groene revolutie / De veerevolutie / De waanzin van de intensieve veehouderij / ondervoeding en overgewicht / Stuur een koe / HIPPO / Intensieve viskwekerij / Wereldwijd watertekort/Genetische modificatie – de waarheid / De oplossing ligt in onze handen / Bronvermelding
Vlees maakt de rijken ziek en de armen hongerig, door Jeremy Rifkin.
Wanneer wereldleiders elkaar ontmoeten op de Wereld Voedsel Top, richten zij waarschijnlijk hun aandacht op hoe men voedsel krijgt in de monden van zo´n miljard mensen die op dit moment ondervoed zijn. Desondanks kan men verwachten dat bij de diners die zij bijwonen een grote hoeveelheid aan vlees wordt geconsumeerd. En daar ligt nu juist de paradox.
Mensen lijden honger omdat veel van de landbouwgrond wordt gebruikt om gewassen te kweken dat als voedsel dient voor vee in plaats voor mensen. In de VS wordt 157 miljoen ton granen, peulvruchten en plantaardige eiwitten - die allemaal geschikt zijn voor menselijke consumptie – aan de veestapel gevoerd om zo´n 28 miljoen ton dierlijke eiwitten te verkrijgen in de vorm van vlees.
Dat in ontwikkelingslanden grond wordt gebruikt om een kunstmatige voedselketen te creëren, heeft ellende voor honderden miljoenen mensen als resultaat. Een hectare graan levert vijf keer meer eiwitten op dan een hectare die wordt gebruikt voor de vleesindustrie; peulvruchten zoals bonen, erwten en linzen leveren tien keer meer op en soja zelfs dertig keer meer.
De wereldwijde coöperaties die de zaden, chemicaliën en het rundvee leveren en die de controle hebben over de slachthuizen, marketing en distributie van rundvlees, promoten het met granen gevoede vee uitbundig. Zij zien het als een nationale prestige en het beklimmen van de "proteïneladder" wordt beschouwd als het teken van succes.
Het vergroten van de vleesproductie is voor alle ontwikkelingslanden de eerste stap. Zij beginnen met de productie van kippen en eieren en als de economie groeit, klimmen zij omhoog op de ladder naar varkensvlees, melk en zuivelproducten, vervolgens naar met gras gevoede runderen en uiteindelijk naar met graan gevoed rundvee. Het aanmoedigen van dit proces levert grote voordelen op voor de landbouwindustrie. Tweederde van het graan dat uit de VS wordt geëxporteerd dient als veevoeder. Een proces dat van start ging toen de "groene revolutie" technologie in de jaren zeventig zorgde voor een overschot aan graan. De VN Organisatie voor Voeding en Landbouw moedigde dit aan en de Amerikaanse regering linkte zijn voedselhulpprogramma aan de productie van graan om dieren vet te mesten en gaf leningen tegen lage rente voor de oprichting van bedrijven die met graan gevoed pluimvee hielden. Menig land heeft geprobeerd zijn hoge positie op de "proteïneladder" te behouden, lang nadat de graanoverschotten waren verdwenen.
Wat de consequenties voor de mens zijn van deze verschuiving van voedsel als diervoeder, werd op dramatische wijze duidelijk tijdens de hongersnood van Ethiopië in 1984. Terwijl mensen verhongerden, teelde Ethiopië lijnzaad, katoenzaad en koolzaad voor het Europese vee. Miljoenen hectares land in de ontwikkelingslanden worden voor dit doel gebruikt. Tragisch genoeg woont tachtig procent van de aan honger lijdende kinderen in landen met voedseloverschotten die worden gevoerd aan de consumptiedieren van de rijken.
De ironie wil dat miljoenen consumenten in het westen sterven aan welvaartszieken zoals hartaanvallen, beroertes, diabetes en kanker, dat wordt veroorzaakt door het consumeren van dierlijke producten, terwijl de armen in deze wereld sterven aan ziektes door armoede. We zijn tamelijk laat met de wereldwijde discussie over hoe we een gevarieerd, eiwitrijk vegetarisch menu voor de mens kunnen promoten.
Ondanks de grote diversiteit aan voedsel over de hele wereld, heeft eenderde van de bevolking onvoldoende te eten. Vandaag de dag is honger een ernstig probleem in een groot deel van
Afrika, Azië en Zuid-Amerika en het ziet er voor de toekomst niet goed uit. De wereldbevolking lijkt te gaan stijgen van 6.1 miljard (2002) tot 9.3 miljard in 2030(2) en Worldwatch heeft de ernstige voorspelling(3) gedaan dat de wereldwijde voedseltekorten leiden tot hongersnood op extreme schaal.
Deze ellende is deels een direct resultaat van onze wens vlees te eten. Kinderen in ontwikkelingslanden verhongeren naast velden met voedsel dat bestemd is als diervoeder voor de export, om de naar vlees hunkerende cultuur in het rijke deel van de wereld in stand te houden. Terwijl miljoenen sterven wordt eenderde deel van de granen die wereldwijd worden geproduceerd, gebruikt om boerderijdieren in de rijke landen te voeren(4).
Wanneer de veehouderijen zouden ophouden met bestaan en we in staat waren het land te gebruiken om granen te laten groeien voor onszelf, zou ieder persoon op deze planeet te eten hebben. Het direct consumeren van de gewassen, in plaats het te voeren aan dieren die we opeten, is een veel efficiëntere manier om de wereld van voedsel te voorzien.
In deze Viva! guide wordt bekeken waarom het eten van vlees de voornaamste oorzaak is van de honger in de wereld en hoe vegetarisme een bijdrage kan leveren aan de oplossing.
De oorzaak van honger.
De derde wereld heeft niet altijd honger geleden. De vroege ontdekkingsreizigers van de 16e en 17e eeuw zijn vaak verwonderd teruggekeerd over de grote hoeveelheden voedsel die zij daar hadden gezien. In delen van Afrika bijvoorbeeld, hadden mensen altijd drie oogsten in voorraad en er was niemand die honger leed. Van het idee om voedsel te kopen en te verkopen had nog nooit iemand gehoord.
De industriële revolutie veranderde dat. Europese landen hadden goedkope grondstoffen zoals kool en ijzererts nodig en daar hadden de ontwikkelingslanden genoeg van. Door het proces van invasie en kolonisatie konden de westerse landen niet alleen de grondstoffen in handen krijgen, ook claimden zij het land als hun eigendom en legden de oorspronkelijke bewoners belasting of huur op. Arme boeren (velen van hen hadden nog nooit met geld te maken gehad) werden gedwongen om gewassen zoals katoen te kweken en dat aan de nieuwe meesters te verkopen. De rijke landen hadden de grond en al het voedsel dat er werd verbouwd in hun bezit en maakten uit welke prijs ervoor werd betaald. Nadat de belastingen waren betaald, hadden de boeren nog maar weinig geld over om dit dure voedsel te kopen en vaak waren ze gedwongen om geld te lenen om eenvoudigweg in leven te blijven. Dit hele proces van kolonisatie duurde voort tot het begin van de twintigste eeuw.
Het probleem vandaag.
Droogte en andere "natuurlijke" rampen worden vaak onterecht aangewezen als oorzaak van hongersnood. De lokale bevolking hield altijd al rekening met de spelingen van de natuur en ook al mogen zij dan de aanleiding vormen tot een hongersnood, de onderliggende oorzaak is het systeem van de moderne neokolonisatie.
De grond in arme landen is meestal nog steeds niet het eigendom van de mensen die er op werken en de huurprijzen zijn nog altijd hoog. Omvangrijke gebieden zijn in het bezit van grote organisaties die in het westen gevestigd zijn. Het is niet ongebruikelijk dat mensen die van hun land zijn verjaagd, naar de stad trekken waar ook maar weinig werk is. Iedere dag verhuizen zo´n 160.000 mensen van het platteland naar de steden(5). Vele migranten zijn gedwongen zich te vestigen in sloppenwijken.
Veel van de grond wordt gebruikt voor de teelt van gewassen die flink wat geld opleveren bij de export - zoals koffie, tabak en diervoeders - in plaats van de teelt van voedsel voor de eigenlijke bewoners. Deze landen stemmen toe in de teelt van de gewassen om zo hun extreme schulden te kunnen aflossen. Tweeënvijftig van de armste landen in de wereld zijn de rijke landen zo´n £213 miljard schuldig. De jaarlijkse afbetaling bedraagt in totaal 14 miljard, in het merendeel van deze landen moeten mensen rondkomen van minder dan een dollar per dag (zie paragraaf 3: Waarom hebben landen schulden?). (6)
Het trieste van alles is dat de aarde meer dan genoeg plantaardig voedsel biedt om in de behoefte van alle zes miljard mensen te voorzien. Als de mensen het land zouden gebruiken voor de teelt van gewassen voor eigen consumptie, in plaats het aan dieren voor te zetten, zou er genoeg zijn om iedereen te voorzien in de gemiddelde energiebehoefte van 2.360kcal (calorieën) die nodig is voor een goede gezondheid. (7)
Als iedereen 25 procent van zijn calorieën uit dierlijk voedsel zou halen, dan zou de planeet enkel in de behoefte van 3 miljard mensen kunnen voorzien(8). Of beter gezegd: als we er allemaal het gemiddelde Noord-Amerikaanse dieet op zouden nahouden, zouden we slechts de helft van de wereldbevolking kunnen voeden.
Het fokken van dieren betekent het verhongeren van mensen.
Het fokken van dieren is een ongelooflijk inefficiënte manier om de groeiende wereldbevolking te willen voeden. Na de tweede wereldoorlog, waarin voedsel op de bon was geweest, werd de intensieve veehouderij actief aangemoedigd als een manier om onze voedselvoorziening in de toekomst veilig te stellen.
Het meeste vlees in West-Europa wordt geproduceerd in intensieve veehouderijen die, zoals de naam al doet vermoeden, productieketen met dieren zijn. Om tegemoet te komen aan de enorme vraag naar vlees, worden miljarden dieren opeen geperst in smerige omstandigheden gehouden, vaak niet in staat zich ook maar enigszins te bewegen en niet toegestaan frisse lucht te krijgen of zelfs maar natuurlijk licht. Omdat zij niet naar buiten mogen om natuurlijk voedsel te eten, worden zij gevoerd met granen, oliezaden, soja, vismeel en soms de resten van andere dieren. Goede landbouwgrond wordt zo gebruikt om granen en sojabonen te kweken, land waar anders gewassen voor mensen zouden kunnen groeien.
De granen die de dieren voorgezet krijgen, worden niet direct in vlees omgezet om mensen mee te voeden. Het meeste wordt uitgescheiden in de vorm van mest of enkel gebruikt als "brandstof" om de dieren in leven te houden en te laten functioneren. Tegenover iedere 10 kilo soja-eiwit dat aan het Amerikaanse vee wordt gevoerd, staat slechts een kilo vlees. Bijna de hele bevolking van India en China, 2 miljard mensen, zouden kunnen worden gevoed met de eiwitten die nu worden verspild aan de kudde Amerikaans rundvee.(10)
Door de vraag naar diervoeders, is er voor het westerse op vlees gebaseerde menu vier en een half keer meer land nodig dan wat nodig is voor een veganistische maaltijd en twee en een kwart keer meer dan voor een vegetarische leefwijze(11). Het wereld natuurfonds (WWF) heeft het advies gegeven dat mensen minder zuivel en vlees moeten consumeren om zo de overbegrazing te verlagen. (12)
Waar komt het voedsel voor de dieren vandaan?
De hoeveelheid grond die in westerse landen wordt gebruikt om voedsel voor dieren te telen, is nog steeds niet genoeg om te voorzien in de vraag en daarom wordt er uit ontwikkelingslanden geïmporteerd. In sommige ontwikkelingslanden, zoals India, wordt er ook grond gebruikt om graan te telen voor dieren die worden grootgebracht en gedood voor de export.
Momenteel verbruiken boerderijdieren eenderde van de wereldwijde graanproductie. In de geïndustrialiseerde wereld wordt tweederde van de landbouwgrond gebruikt om granen te produceren voor dieren. De EU importeert 45 procent van de oliezaden (soja) en in totaal 70 procent van de eiwitten voor diervoeders (1995). De Europese commissie zegt "de Europese landbouw is in staat om de Europese bevolking te voeden, maar niet om het Europese vee van voedsel te voorzien."(4) Daarbij importeert de Europese unie veevoer zoals pinda´s en soja omdat het goedkoper is deze diervoeders te importeren dan in Europa te telen.
Op het hoogtepunt van de hongersnood in Ethiopië in 1984-1985, importeerde Groot-Brittannië voor een waarde van 1.5 miljoen aan lijnzaad, katoenzaad en raapmeel. Ook al waren deze gewassen niet geschikt voor menselijke consumptie, dan werd er nog altijd goede landbouwgrond gebruikt voor dieren in rijke landen terwijl het ook gebruikt had kunnen worden voor de Ethiopiërs.
In de Verenigde Staten consumeren boerderijdieren, het merendeel rundvee, ongeveer twee keer zoveel graan als door de hele bevolking van de VS wordt gegeten(13).
70 procent van de granen, maïs en andere gewassen wordt geproduceerd voor het vee(14). 100 miljoen hectare Amerikaanse landbouwland is in gebruik voor de teelt van gewassen voor dieren(13) en toch wordt er nog steeds geïmporteerd.
In centraal en Zuid-Amerika neemt de hoeveelheid land dat wordt gebruikt om sojabonen en granen voor de export te produceren – om het vee mee te voeren - nog altijd toe. Momenteel wordt in Brazilië 23 procent van de landbouwgrond gebruikt om sojabonen te telen, waarvan ongeveer de helft bedoeld is voor de export(13). Het Oxfam Armoederapport meldt dat de gesubsidieerde groei van de zuivelindustrie en veehouderij in de EU een enorme vraag naar diervoeders met een hoog eiwitgehalte heeft veroorzaakt, en dat aan deze vraag tegemoet wordt gekomen door de groei van grootschalige, gemechaniseerde sojaproductie in Brazilië. Kleinere producenten van bonen en veevoeders in het zuidelijke deel van het land zijn verplaatst om de weg vrij te maken voor gigantische sojabedrijven. Soja is nu het belangrijkste landbouwexportproduct geworden: "Het is een handelsmaatregel waarvan bewezen is dat het uiteindelijk efficiënter is in het voeden van het Europese vee dan wanneer men de bestaanszekerheid van arme Brazilianen zou handhaven."(16)
Vijfentwintig jaar geleden consumeerde de veestapel minder dan zes procent van het Mexicaanse graan. Vandaag de dag wordt ten minste eenderde van het in het land geproduceerde graan gebruikt als diervoeder. Tegelijkertijd zijn miljoenen mensen die in het land wonen chronisch ondervoed(13).
Het is niet verrassend dat de Wereld Gezondheidsorganisatie heeft opgeroepen om een stap terug te nemen van vleesproductie zodat mensen gewassen meteen kunnen consumeren:
"Een landbouwbeleid dat niet op intensieve veehouderij is gericht, zou de vraag naar granen wereldwijd kunnen verminderen. Het gebruik van het land zou dan hergewaardeerd kunnen worden aangezien graanproductie voor directe consumptie van de bevolking veel efficiënter en goedkoper is dan wanneer grote gebieden in gebruik worden genomen voor de teelt van gewassen voor de vlees- en zuivelindustrie. Er zouden maatregelen moeten worden getroffen om de teelt van plantaardig voedsel te stimuleren en de productie van vlees en zuivel te verminderen."(17)
De wereldwijde regeringen hebben dit advies genegeerd. In plaats dat men de teelt van plantaardig voedsel voor directe consumptie promoot, bieden zij subsidies en financiële ondersteuning aan veehouders en moedigen daarmee de consumptie van vlees aan.
Wie lijden honger?
Ongeveer zes miljard mensen delen deze planeet, waarvan een kwart in het rijke noorden woont en driekwart in het arme zuiden. Terwijl de mensen in de rijke landen op dieet gaan omdat zij te veel eten, is er in veel ontwikkelingslanden niet genoeg voedsel om het lichaam goed te laten functioneren en om in leven te blijven.
826 miljoen mensen op deze wereld zijn ernstig ondervoed - 729 miljoen in ontwikkelingslanden en nog eens 34 miljoen in geïndustrialiseerde landen(18). Twee miljard mensen - eenderde van de wereldbevolking - ontbreekt het aan de zekerheid aan voedsel zoals gedefinieerd door de Organisatie voor Voeding en Landbouw (FAO) als "een situatie waarbij alle mensen op alle tijden toegang hebben tot veilig en voedzaam voedsel om een gezond en actief leven te kunnen leiden". (5)
Momenteel sterven jaarlijks zo´n 12 miljoen kinderen aan met voedsel gerelateerde ziektes. De Organisatie voor Voeding en Landbouw zegt: "Het is wel zeker dat er nog veel meer chronisch ziek zijn."(19)
Er zijn veel mensen in Azië en het Pacifisch gebied die chronisch honger lijden, maar de honger is het grootst in Sub-Saharisch Afrika. In 46 procent van de landen daar hebben ondervoeden een gemiddeld tekort van meer dan 300 kilocalorieën per dag(19). In 1996/1998 was 28 procent van de populatie op het Afrikaanse continent chronisch ondervoed (192 miljoen mensen)(20).
De toegang tot voedsel is een primair recht, vastgelegd in vele mensenrechtenverdragen die staten over de hele wereld hebben ondertekend. Tijdens de Wereld Voedsel Top van 1996, hebben leiders van 185 landen en de Europese gemeenschap dit herbevestigd met het Verdrag van Rome betreffende voedselveiligheid: "Iedereen heeft het recht op toegang tot veilig en voedzaam voedsel in overeenstemming met het recht op voldoende voedsel en het basisrecht van iedereen om vrij te zijn van honger." Men heeft plechtig beloofd om het aantal hongerlijdende mensen in de wereld in 2015 te hebben gehalveerd(21).
De FAO zegt "het uitbannen van honger is niet alleen een hoog ideaal"(21). Toch is het niet logisch dat de staten het recht van ieder individu op voedsel erkennen, terwijl men nog altijd het op dierlijke eiwitten gebaseerde menu promoot. Honger ontstaat niet omdat er een tekort aan voedsel is in de wereld. Als iedereen vegetariër zou zijn, of nog beter veganist, dan zou er genoeg te eten zijn voor iedereen. De enige verstandige stap vooruit is om het voedsel voor mensen te telen en niet voor consumptiedieren.
Wereldhandel.
Een rapport "De Europese vleesindustrie in de jaren negentig" geeft uitleg over de onbegrijpelijke paradox van de voedseldistributie in de wereld: "Wereldhandelsrelaties worden gedomineerd door de laag geprijsde diervoeders en vlees. De lage prijzen van diervoeders beïnvloeden boeren in arme landen om gewassen die veel geld opleveren (diervoeders voor de export) te produceren. Door het gebruik van geïmporteerd voedsel, hebben de rijke landen momenteel een groot overschot aan vlees terwijl steeds meer mensen in de minder ontwikkelde landen ondervoed raken." (22)
Huidige handelsverdragen, zoals het Landbouwverdrag van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), staan Westerse boeren toe om overschotten gesubsidieerd graan en andere artikelen goedkoop in ontwikkelingslanden te verkopen. Dit werkt nadelig voor de lokale boeren en dwingt velen van hen een ander bestaan te kiezen. Het Worldwatch instituut zegt hierover: "In de meeste gevallen blijken de enkele voordelen die het goedkope voedsel voor de armen in de steden opleveren van korte duur aangezien de ontwrichting van de economie op het platteland migratie naar de aan banenschaarste lijdende steden aanmoedigt, wat een toename van verarmde stedelingen veroorzaakt en daarbij duurzame landbouwprogramma´s schaadt."(23)
Het afhankelijk zijn van de buitenlandse voedselmarkt, betekent eveneens dat de importerende landen bloot staan aan fluctuaties van prijzen en, op dit moment, devaluatie die de prijs van voedsel aanzienlijk kan opdrijven.(23)
Waarom hebben landen schulden?
In de zeventiger jaren leenden de industrielanden geld aan de ontwikkelingslanden voor een reeks projecten zoals de ontwikkeling van infrastructuur (bijvoorbeeld dammen en wegen), industrie en technologie. De World Development Movement (WDM) zegt: "Vaak bleken de projecten onproductief te zijn". De leningen waren zowel multilateraal (wat betekent dat de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds een lening verschaffen aan een overheid) als bilateraal (wat betekent dat de ene overheid leent aan de andere overheid)(24).
In de jaren tachtig steeg de rente enorm vanwege de oliecrisis, terwijl op hetzelfde moment de geïndustrialiseerde landen hoge prijzen voor vele geïmporteerde landbouwproducten rekenden zodat de boeren in de ontwikkelingslanden hun producten niet konden verkopen(24). Met als gevolg dat de ontwikkelingslanden niet in staat waren hun leningen af te lossen en op die manier verschrikkelijk in de schulden kwamen. Deze landen betalen jaarlijks miljarden ponden rente aan het westen.
Vaak gingen de leningen ook gepaard met voorwaarden. Toen Costa Rica geld leende van de Wereldbank, was een van de voorwaarden dat zij regenwoud zouden kappen om land vrij te maken voor grazend vee om rijke landen van goedkoop vlees te voorzien. De vernietiging van regenwoud is een ramp, niet alleen voor mensen, dieren en planten, maar ook voor het klimaat in de wereld (zie Viva! guide 9, planet on a plate).
Tussen 1975 en 1985 zijn duizenden hectares regenwoud in Thailand gekapt om tapioca te telen en te verkopen aan de EU als voer voor varkens en rundvee. Toen er een overschot kwam aan rundvlees en varkensvlees, betekende dit dat er niet zoveel vlees meer werd geproduceerd, Europa had de tapioca niet langer nodig en stopte ermee het te kopen. Dit heeft de Thaise boeren in grote schulden gebracht omdat zij geld hadden geleend om te besteden aan de verbetering van hun boerderijen zodat zij hard genoeg konden groeien om aan de vraag te voldoen. Als een gevolg daarvan hebben veel mensen hun kinderen verkocht voor kinderarbeid of prostitutie.
In de handen van de rijken.
Na intensieve lobbyinspanningen zetten het IMF en de wereldbank in 1996 het Heavily Indebted Poor Countries Initiative (HIPC) op voor de hevig in de schulden geraakte arme landen, met het ogenschijnlijke doel om de enorme schulden te verlichten(24). Enkele van de bilaterale leners, zoals de Britse overheid, hebben toegestemd in 100 procent schuldkwijtschelding wanneer de landen in kwestie akkoord gaan met het initiatief. Wanneer landen halverwege het proces zijn (het beslispunt genaamd) ontvangen zij deels verlichting van hun jaarlijkse rentebetalingen.
Om lastenverlichting door het HIPC initiatief te ontvangen, moeten ontwikkelingslanden een door het IMF en de Wereldbank goedgekeurde Poverty Reduction strategy paper (PRSP) krijgen.
PRSP´s vervangen de structurele aanpassingsprogramma´s (Structural Adjustment Programmes, SAPS) die ontwikkelingslanden als een deel van hun lening werd opgelegd. Deze dwong overheden om de openbare bestedingen te beperken en hun exportindustrieën te promoten, om zo in theorie meer geld vrij te maken voor schuldenaflossing. Het is niet al te verrassend dat vele onderzoeken hebben aangetoond dat SAP´s mensen armer maakt. Het door UNICEF gesponsorde Hervormingen met een Menselijk gezicht maakt melding van een toename van het aantal gevallen van groeiachterstand, ondergewicht en een te laag geboortegewicht als gevolg van het structurele aanpassingsprogrammabeleid in negen van de elf Latijns-Amerikaanse, Afrikaanse en Aziatische landen die in de jaren tachtig zijn onderzocht.(23)
PRSP´s zetten overheidsstrategieën uit om armoede te bestijden en moeten plannen bevatten over op welke manier het geld dat vrijkomt door schuldenverlichting wordt besteed – bijvoorbeeld aan onderwijs en gezondheidszorg. De in de schulden geraakte landen moeten ook instemmen met de doorvoering van economische hervormingen(26). De WDM (world development movement) zegt: "Als het IMF en de Wereldbank hun veto behouden, blijken PRSP´s, zoals dat al te voorspellen was, vergelijkbaar te zijn met de structurele aanpassingsprogramma´s die zij hebben vervangen. (26)
Hulp.
Veel van de hulp die aan ontwikkelingslanden wordt gegeven blijkt "gebonden hulp" te zijn - dit betekent dat de landen die ontvangen, goederen en diensten moeten kopen van de landen die geven. Op deze manier komt het geld eenvoudigweg weer terug bij de gevende landen.
In de jaren zeventig gaf de VS enkel hulp aan Nigeria in ruil voor de productie van rundvlees, dit betekende per jaar een verlies van 1000 hectare regenwoud. In 1979 was Nigeria van alle Latijns-Amerikaanse landen de grootste rundvleesleverancier aan de VS.
Inspanningen van maatschappelijke organisaties zoals Action aid om de hulp "te ontbinden" betekent dat hulp onder voorwaarden nu niet meer is toegestaan. Een baanbrekende stap is gezet door de Britse regering die heeft toegestemd haar hulp ongebonden te laten zijn.
Een toenemende hoeveelheid aan hulp gaat nu echter onder de noemer van "technische samenwerking" wat buiten de definitie van gebonden hulp valt. Volgens een rapport van de wereldbank werken momenteel "zo´n 100.000 buitenlandse technische experts in Afrika en zij lijken de lokale experts te vervangen… Dit heeft waarschijnlijk de groei van Afrika verzwakt." Action aid zegt dat technische samenwerking "verzekert van een stabiele bron van lucratieve contracten voor specialisten in donorlanden."(28) "Hulp" aan ontwikkelingslanden heeft vaak meer te maken met het opleveren van financiële voordelen voor het westen.
Voedselhulp valt eveneens buiten de definitie van gebonden hulp. Action Aid zegt dat "de uitsluiting van voedselhulp kan de levering van donor voedingsmiddelen stimuleren wanneer deze lokaal kunnen worden aangekocht" (47) Al kan voedselhulp helpen in tijden van hongersnood, het verandert niets aan de voornaamste oorzaken van honger. Als de rijke landen meer vlees eten, zal in arme landen meer grond worden gebruikt om veevoeders te telen.
Mislukte oogsten.
Tijdens de Voedseltop van de Verenigde Naties in 1996 verklaarde de Amerikaanse minister van landbouw Dan Glickman: "de graanvoorraden in de wereld zijn tot een schrikbarend laag niveau gekrompen, wat aangeeft hoe fragiel de voedselvoorzieningen zijn."(29)
De redenen voor mislukte graanoogsten zijn onder andere minder vruchtbare grond, een gebrek aan water en klimaatsverandering, maar de boodschap is duidelijk - tenzij we onze eetgewoonte veranderen in een die niet op dierlijk voedsel is gebaseerd, zullen we miljoenen mensen in de wereld laten verhongeren.
Terwijl graanoogsten mislukken, stijgt de vraag naar graan. Het Worldwatch instituut zegt "de graanproductie stijgt waarschijnlijk niet sterk genoeg om te voldoen aan de toenemende vraag naar zowel voeders als voedsel."(30) Als de wereldwijde graanproductie niet sterk genoeg stijgt, zal er niet genoeg graan zijn om tegemoet te komen aan de vraag en zullen de graanprijzen stijgen. Toch zouden veehouders nog steeds in staat zijn hun vlees aan de rijken te verkopen, en zouden op die manier ook een hogere prijs kunnen bieden dan de armen op een markt met een schaarste aan graan.
Het verhongeren van mensen zal erger worden terwijl dieren nog steeds zullen worden gevoerd opdat rijke mensen vlees kunnen blijven eten.
De groene revolutie.
De "groene revolutie" aan het einde van de jaren zestig, begin jaren zeventig werd gezien als de oplossing voor wereldhonger. De productie nam toe door het gebruik van machines, pesticiden, mest, irrigatie en de vervanging van traditionele gewassen door sterkere soorten.
Het slaagde er echter niet in voordelen op te leveren voor degenen die het werkelijk nodig hadden. Deze "revolutie" legde de nadruk op het vergroten van de productie van een beperkt pakket aan granen - maïs, tarwe en rijst. De toename van de graanproductie ging vaak ten koste van de teelt van de meer voedzame peulvruchten, wortelgewassen en andere granen. Dit resulteerde in een mindere variatie van het menu en droeg bij aan de wijdverspreide voedseltekorten als ook de verarming van grond en het verlies van wilde planten en dieren.(23)
De "revolutie" pakte ook goed uit voor de rijkere boeren omdat zij het zich konden permitteren te investeren in de nieuwe technologie. Het Populatiefonds van de Verenigde Naties zegt: "Landloosheid onder boeren en verarming zijn onvoorziene consequenties van de groene revolutie."(5)
De “vee-revolutie”.
In vele landen in Azië en Afrika zijn de maaltijden traditioneel gebaseerd op rijst, bonen, peulvruchten en groenten, de maaltijden zijn of volledig vegetarisch of bevatten slechts kleine hoeveelheden vlees en vis. Dit is precies het soort voedzame menu dat nu wordt gepromoot door de voedingscentra in het westen in een poging de strijd aan te gaan met ziektes zoals overgewicht, hartziekten en kanker – arm aan dierlijk vet en rijk aan vezels, plantaardige eiwitten en essentiële vitaminen. Op dit moment is in ontwikkelingslanden, waar men dol is op het kopiëren van de westerse leefstijl, een groei van de vleesconsumptie te zien als een teken van welvaart en vooruitgang. Deze stap in de richting van vleesconsumptie wordt als de "veerevolutie" beschreven.
Het International food policy research institute heeft voorspeld dat de vraag naar vlees in de ontwikkelde wereld zich tussen 1995 en 2020 zal verdubbelen. Men schat dat de vraag naar vlees per inwoner met 40 procent zal toenemen(5). De groei van de veehouderij is vooral te zien in de varkens- en kippensector(31).
Vlees uit de intensieve veehouderij wordt gezien als een goedkope bron van eiwitten terwijl het wereldwijde beeld - het graanafvoerkanaal dat door de toename van vleesconsumptie wordt veroorzaakt - wordt genegeerd. Er is voorspeld dat in ontwikkelingslanden de vraag naar granen voor boerderijdieren de komende generatie zal verdubbelen(5). De vraag naar maïs zal het snelst toenemen, het groeit de komende twintig jaar met 2.35 procent. Bijna tweederde zal worden gebruikt als diervoeder.
De consumptie van vlees lijkt toe te nemen wanneer mensen van het platteland naar de steden migreren. De vleesindustrie is natuurlijk enkel blij met deze nieuwe commerciële kansen. Een artikel in het Meat Trades Journal vermeld "Mensen die op het platteland wonen, houden er traditionele eetgewoonten op na, terwijl mensen die in de steden leven de westerse eetgewoonten, zoals vlees, aspireren en grote waarde hechten aan gemak." Dit biedt een "grote kans tegemoet te komen aan de toenemende vraag, met de voornaamste groei in Zuid en Oost Azië."(32)
De waanzin van de intensieve veehouderij.
De toename van intensieve veehouderijen gaat met enorme problemen gepaard. In Bangladesh bijvoorbeeld, een van werelds armste landen, zijn legbatterijen wijdverspreid geworden. Het land kampt met een enorm tekort aan voedsel, vele werklozen en er is slechts weinig geld om te sparen. De intensieve veehouderij vraagt geld voor de uitrusting, schept nauwelijks werkgelegenheid en verbruikt veel kostbaar plantaardig voedsel dat ook gebruikt zou kunnen worden voor de plaatselijke bevolking.
Intensieve veehouderijen komen niet tegemoet aan de wensen van deze mensen, maar leveren voordelen op voor mensen in de westerse landen waar veel van de benodigde uitrusting, zoals tractors en bouwmaterialen, wordt geproduceerd. Wanneer ontwikkelingslanden dit kopen zullen zij afhankelijk worden van de leveranciers voor reserveonderdelen en reparaties.
Poultry World Magazine kopte "de grote kans op groei" in Afrika. Het benadrukt dat Afrikaanse landen op grote schaal afhankelijk zijn van westerse landen voor het fokken van vee, voedsel en medicijnen.(33)
Het aantal kippenboerderijen in India is zo sterk gegroeid dat zij meer vlees produceren dan de eigen bevolking zich kan veroorloven te kopen. Ondanks wijdverspreide honger exporteren zij kip naar rijke landen zoals de golfstaten.
China heeft het laatste decennium een enorme groei van varkensvleesproductie kunnen zien en daarom ook een enorme stijging in zijn vraag naar diervoeders. Het land is getransformeerd van een exporteur van 8 miljoen ton graan in 1993 in een netto importeur van 16 miljoen ton in 1995.(34)
Wanneer men in ontwikkelingslanden per persoon dezelfde hoeveelheid vlees als de gemiddelde Amerikaan zou gaan consumeren, kunnen voedseltekorten van wanhopige omvang worden. Op dit moment pleiten biowetenschappers voor het opvoeren van de "voedingseffectiviteit" van dieren in plaats de overstap te maken naar een vegetarische leefwijze. Een moderne kip die opgroeit in de intensieve veehouderij zal 3 kilo vlees opleveren van dezelfde hoeveelheid voer dat in 1957 enkel 2 kilo gaf. Amerikaanse wetenschappers hebben ontdekt dat varkens 40 procent sneller groeien op 25 procent minder voedsel wanneer zij worden geïnjecteerd met aangepast DNA, gecodeerd voor het langdurig vrijgeven van groeihormonen. (30) In de biowetenschap worden dieren gezien als niet-voelende, niet-denkende, eiwittenproducerende machines die kunnen worden afgesteld en gemanipuleerd naar onze eigen wensen.
Het exporteren van de intensieve veehouderij betekent het exporteren van het hoge antibioticagebruik, de toename van het risico op voedselvergiftiging en ziekten zoals kanker en hartziekten die verband houden met de toenemende vleesconsumptie. Het betekent ook het exporteren van milieuvervuiling veroorzaakt door de intensieve veehouderijsystemen wat eveneens gepaard gaat met een te groot waterverbruik en het uitputten van de bodem door de teelt van de enorme hoeveelheden gewassen die deze arme wezens voorgeschoteld krijgen (zie Viva! guides 2 Stop bugging me; 7- the healtiest dieet of all: 9 - planet on a plate) Is het werkelijk wat de ontwikkelende wereld nodig heeft om ontwikkeld te raken?
De voorspelde stap richting een toenemende vleesconsumptie staat nog steeds in de kinderschoenen. Zelfs in China, de koploper in de veerevolutie waar de vleesconsumptie tussen 1983 en 1993 per persoon is verdubbeld, eten mensen gemiddeld slechts een kwart zoveel vlees als de gemiddelde Amerikaan(30). Als we nu handelen, zouden we deze cyclus van waanzin tot halt kunnen roepen en kunnen we overstappen op landbouwsystemen die de hele wereld op een eerlijke manier kunnen voeden.
Ondervoeding en overgewicht.
Voor de eerste keer in de geschiedenis hebben we een situatie bereikt waarbij het aantal aan overgewicht lijdende mensen rivaliseert met het aantal dat aan ondergewicht lijdt, beiden worden geschat op 1.1 miljard.
Wanneer landen welvarender worden, lijkt de vleesconsumptie toe te nemen. De hongerproblemen nemen af, maar ziekenhuizen beginnen meer gevallen te zien van ziektes zoals obesitas, hart en vaatziekten, diabetes en kanker, die allemaal in verband worden gebracht met de hoge consumptie van dierlijk voedsel. China is de koploper van de veerevolutie. Het aandeel van volwassenen die aan overgewicht lijden is tussen 1989 en 1992 toegenomen van 9 procent tot 15 procent.
Er is voorspeld dat het aantal diabetici, wiens situatie voortkomt uit overeten, tussen 1998 en 2025 wereldwijd zal verdubbelen, meer dan driekwart van deze groei zal plaatsvinden in de ontwikkelingslanden. Sommige landen strijden op hetzelfde moment tegen honger en overgewicht.
Samengevat: landen waar mensen verhongeren, gebruiken hun grond om graan te telen voor de export om de westerse boerderijdieren van voedsel te voorzien. Voedzaam waardevol eten wordt gevoerd aan dieren die vlees produceren en waarmee men zich in westerse landen letterlijk dood eet. Nu exporteren we de intensieve veehouderij ook nog eens naar de derde wereld. De consumptie van vlees stijgt en zo ook de daaraan gerelateerde gezondheidsproblemen.
Stuur een koe.
In Groot-Brittannië zijn liefdadigheidsinstellingen opgericht met het specifieke doel de veehouderij in de derde wereld te promoten. Dit onder het mom dat zij de armoede proberen te bestrijden. Sommige projecten ontvangen zelfs subsidie van het Departement for International development (DFID)
"Stuur een koe" was de opzet van een groep christelijke boeren in 1988. Tijdens de burgeroorlog in Uganda waren veel melkkoeien gestorven en de boeren begonnen letterlijk levende koeien van Engeland naar Afrika te verschepen. Het goede doel heeft nu ook een fokprogramma in Afrika opgezet(36). "Farm Afrika" promoot eveneens de veehouderij. In het promotiemateriaal is te lezen: "Het soort armoede dat wij in de derde wereld zien, is eenvoudigweg onacceptabel. Het is onze morele plicht alles te doen wat in onze macht ligt om dit te bestrijden."(37)
Een punt waar iets op aan te merken valt, is dat het aanmoedigen van de veehouderij de armoede van individuele families misschien tijdelijk zal verlichten, op de lange termijn zal het enkel bijdragen aan armoede. Het promoten van vleesproductie kan nooit de oplossing zijn voor de honger in de wereld omdat het betekent dat er eetgewoonten worden gepromoot die waardevolle graanvoorraden opslurpen en het milieu verwoesten.
HIPPO
Als een welkom tegenwicht van deze vorm van liefdadigheid is er HIPPO ofwel Help International Plant Protein Organisation. Het zorgt voor onmiddellijke verlichting van de honger van mensen in de minder ontwikkelde wereld, maar even belangrijk is dat het mensen aanmoedigt om hun eigen voedsel te telen en niet plantaardige eiwitten die in melk en vlees zullen worden omgezet.
De filosofie van HIPPO is eenvoudig: waarom miljoenen tonnen soja aan dieren verspillen als het veel meer mensen direct kan voeden. Het bevat bijna 50 procent aan eiwitten van hoge kwaliteit, het is rijk aan ijzer en calcium en alle soorten andere vitaminen en mineralen, er is geen koelkast voor nodig, het bevat weinig vet, geeft geen afval, veroorzaakt geen voedselvergiftiging en lijden van dieren(38). Textured Vegetable Protein (TVP)(plantaardig eiwit met een laag vetgehalte) - van soja gemaakt - kan 60 mensen te eten geven van dezelfde hoeveelheid grond die nodig zou zijn om twee mensen met vlees te voeden, en het is veel gezonder.
Momenteel ondersteunt HIPPO projecten in diverse delen van Afrika en Europa. In Keyevunze ondersteunen zij de opleiding van 120 gezondheidswerkers die de mensen kunnen laten zien hoe ze hun eetgewoonten kunnen verbeteren door de teelt van soja. Resultaten laten zich nu al zien door een vermindering van Kwashiorkor, een ziekte die voortkomt uit slechte voeding.
In Malawi werkt HIPPO samen met het regionale departement van landbouw om de sojaplant bij de lokale bevolking te introduceren. Ze laten zien hoe er een klein irrigatiereservoir kan worden gebouwd en leveren een sojamolen om de bonen te verwerken.
HIPPO werd opgezet door Neville Heath Fowler na een reis door Ethiopië in 1992. Fowler zegt: "We dromen ervan dat slechts enkele van de katoenvelden gebruikt kunnen worden voor soja en dat mensen zouden inzien wat een wonderlijk voedsel het is. Jonge gewassen als deze die constant door geiten worden verwoest zouden dan kunnen uitgroeien tot grote bomen. Misschien zouden de bossen die Ethiopië heeft verloren kunnen herstellen en zouden klimaatsveranderingen en gronderosie kunnen worden gestopt. Het zou over heel de wereld kunnen gebeuren. Als we maar het tegengif konden vinden tegen het zieke westerse idee dat vooruitgang en vlees synoniem zijn." U kunt contact op nemen met HIPPO: Llangynog, Carmarthen SA33 5BS. E-mail: hippocharity@aol.com
Intensieve viskwekerij.
Intensieve viskwekerij, ofwel aquacultuur, is de snelst groeiende sector in de wereldeconomie en is het laatste decennium met 11 procent per jaar gegroeid(39). In 1990 werd 13 miljoen ton aan vis geproduceerd, in 1998 was dit al opgelopen tot 31 miljoen ton.
85 procent van de intensieve viskwekerij bevindt zich in de ontwikkelingslanden. China stond in 1998 garant voor 21 van de 31 miljoen ton van de wereldwijde visproductie en India voor 2 miljoen. Bangladesh, Indonesië en Thailand zijn eveneens belangrijke spelers in deze industrie.
Het kweken van vis in gevangenschap wordt gezien als een manier om de nog altijd verminderde wilde visstand te beschermen. Tegenstrijdig genoeg worden de vleesetende vissen uiteindelijk gevoerd met wilde vis wat de oceanen verder uitput. Er is 5 ton zeevis nodig om 1 ton gekweekte zalm te krijgen(39). Wild gevangen vis wordt ook gevoerd aan heilbot, kabeljauw en forel.
Vismeel wordt gemaakt van vis of visdelen die te klein of ongeschikt worden bevonden voor menselijke consumptie. Maar de enorme vraag naar wilde vis van viskwekerijen zorgt nog altijd voor veel bijkomende stress aan onze kwetsbare, overbeviste oceanen.(40)
Volgens de Organisatie voor Voeding en Landbouw is 69 procent van de wereldwijde commerciële zeevissoorten "volledig geëxploiteerd, overbevist, uitgeput of langzaam herstellende".(5)
Niet-vleesetende vissen in de viskwekerij zoals karper en meerval worden gevoerd met graan in plaats van wilde vis. Van vissen wordt beweerd dat zij graan "efficiënter" verteren dan vee, van minder dan twee kilo graan komen zij een kilo in gewicht aan. Maar de wereldwijde fixatie op het verkrijgen van dierlijk eiwit betekent dat de meest efficiënte manier van allemaal - het direct consumeren van graan – wordt genegeerd. (voor de impact van viskwekerijen op het milieu, zie Viva! guide 9, planet on a plate)
Wereldwijd watertekort.
De enorme hoeveelheden aan graan die nodig zijn om een op vlees gebaseerd menu te handhaven, zijn niet het enige probleem. Het vleesproductieproces gaat gepaard met het verbruik van een grote hoeveelheid aan water in een wereld waarin water een schaars goed is. Er is 1000 liter water nodig om een kilo tarwe te laten groeien, maar 100.000 liter om 1 kilo rundvlees te krijgen(41). Ongeveer driekwart van het water dat we verbruiken, is om voedsel op te kweken(42), vegetariërs hebben eenderde minder water nodig voor hun maaltijd dan vleeseters(13) (zie eveneens Viva! guide, planet on a plate).
Wie in het westen leeft kan gemakkelijk in de veronderstelling verkeren dat onze watervoorraden ongelimiteerd zijn, maar wereldwijd wordt onze voorraad vers water zo snel opgebruikt dat bijna een half miljard mensen afhankelijk is van onzuivere bronnen.(43) Zeven procent van de wereldbevolking heeft niet voldoende water en rond 2050 zal dit 70 procent zijn.(42) De situatie is zo ernstig dat er wordt voorspeld dat gevechten om watervoorzieningen de voornaamste bron van conflict zullen worden.
De voorzitter van het Worldwatch instituut Lester Brown verklaart: "In termen van consumptie worden 480 miljoen van de 6 miljard mensen wereldwijd gevoed met voedsel dat gepaard gaat met een onaanvaardbaar gebruik van water. We gebruiken nu al het water op dat aan onze kinderen behoord."(43)
Het internationale instituut voor watermanagement voorspelt dat in 2025 ongeveer 2.7. miljoen mensen, eenderde van de wereldbevolking, zal leven in gebieden waar men te maken krijgt met regelmatig en ernstig watergebrek. Azië en Sub-Saharisch Afrika zullen het hardste worden getroffen.(44)
Er is moeilijk een ziekelijker scenario te bedenken dan dat de rijke elite zichzelf dood eet aan vlees terwijl het armste derde deel van de wereldpopulatie letterlijk uitdroogt. Een stap terug van vleesconsumptie moet wereldwijd een prioriteit worden als we de hoop willen houden tegemoet te kunnen komen aan de basisbehoeften van 6 miljard wereldburgers.
Genetische modificatie – De Waarheid.
Multinationals beloven ons dat er een nieuwe oplossing is voor de wereldwijde armoede: genetisch gemodificeerde gewassen. Met dank aan hun levensreddende onderzoek zullen we dan snel in staat zijn genoeg voedsel te telen om de wereld te voeden, zoals zij ons beloven. Wat is nu de werkelijke reden van hun plotselinge altruïsme?
Men mag niet vergeten dat er al genoeg voedsel is om de wereld te voeden - een vegetarische leefwijze. Wat er niet genoeg is, zijn diervoeders – granen om de voorspelde toename van vleesconsumptie aan te drijven. De hoeveelheid aan vruchtbaar land zal steeds verder afnemen door verwoestijning en uitputting van de grond – ironisch genoeg grotendeels veroorzaakt door de intensieve veehouderij. Het zal zelfs nog erger worden door overstromingen veroorzaakt door de opwarming van de aarde, maar de mogelijke markt voor diervoeders is enorm.
De farmaceutische giganten die de GMO´s (genetisch gemanipuleerde organismen) willen doorvoeren, krijgen ieder jaar zo´n 161 miljoen dollar op hun rekening bijgeschreven. Ze lopen hand in hand met de landbouw- en vleesindustrie, vaak zijn zij een en hetzelfde bedrijf. De intensieve veehouderij zorgt voor meer dan 40 procent van hun inkomen en het zijn deze bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de productie van de grote hoeveelheden diervoeders die worden geconsumeerd door boerderijdieren over heel de wereld - als ook de cocktail van medicijnen, groeihormonen en pesticiden die in de intensieve boerderijsystemen worden gepompt.(45)
De drijvende behoefte is dus een maximaal gebruik van bestaand land door het verdelgen van alle onkruiden en wilde planten die wedijveren om voedingsstoffen en het aantal gekweekte gewassen te vergroten - vandaar genetische manipulatie. Bedrijven die GMO´s promoten zijn meer geïnteresseerd in hoe ze de productie van diervoeders en dus vlees kunnen opvoeren dan hoe zij de wereld kunnen voeden. (zie viva! guide 8 genetic engineering)
De oplossing ligt in onze handen.
De snelle groei van de wereldbevolking is een serieus probleem omdat het betekent dat er meer monden te voeden zijn, wat resulteert in meer druk op water, land, wilde planten en dieren, enzovoorts. Rond 2050 zullen de 49 minst ontwikkelde landen bijna verdrievoudigen in omvang, van 668 miljoen naar 1.86 miljard mensen.(2) Rond 2050 zullen de ontwikkelingslanden van nu goed zijn voor ongeveer 85 procent van de wereldbevolking.(2)
Dat maakt de hongerproblemen weliswaar erger, veroorzaken doet het het in eerste instantie niet. Het is de groei van de inkomens en de vraag naar luxeartikelen in de rijke landen wat de hongercrisis heeft verergerd. De wereld is vandaag de dag een veel rijkere wereld dan 40 jaar geleden en de lonen zijn gestegen en hebben op grote schaal het vlees eten in de rijke landen aangemoedigd, wat de competitie om granen tussen dieren en mensen heeft verhoogd.
Er bestaat een enorm "consumptiegat" tussen geïndustrialiseerde landen en ontwikkelingslanden. De rijkste landen van de wereld, met 20 procent van de wereldbevolking, staan in voor 86 procent van de totale private consumptie, terwijl de armste twintig procent slechts voor 1.3 procent instaat.
Een kind dat vandaag de dag in een industrieland wordt geboren zal over zijn hele leven voor meer consumptie en vervuiling zorgen dan 30 tot 50 kinderen die in ontwikkelingslanden worden geboren.(5)
De achteruitgang van de wereldwijde visstand, de erosie van landbouwgrond en de limiet aan de technologie om graanproductie op te voeren betekent dat we snel de grens van middelen en de draagkracht van de aarde naderen. Het is nodig dat we nog eens nadenken over de manier waarop de beperkte voorraad van plantaardig voedsel wordt gedistribueerd en dat we een start maken met het voeden van de wereld.
Het eten van vlees is niet de enige reden voor de honger in de wereld, maar het is wel de voornaamste oorzaak. We moeten onze eetgewoonten drastisch veranderen als we de wereld adequaat willen voeden.
Mensen lijden honger terwijl het aantal dieren dat van grote hoeveelheden voedsel wordt voorzien steeds verder toeneemt in een hopeloos ineffectief systeem.
Als we dieren niet gebruiken als vleesproducerende machines, kan dit voedsel worden bevrijd om degenen die het het hardste nodig hebben te helpen. Vegetarisme zorgt voor een veel minder verbruik van de wereldwijde voedselbronnen, land en energie, en is een goede en makkelijke stap die we kunnen zetten om mensen in arme landen te helpen.
Bronnen
- Shiva, V., How Big Business Starves the Poor, Daily Telegraph 11.05.00
- World Population Prospects: The 2000 Revision. United Nations Population Division.
- Brown, L., Full House, Worldwatch Inst. 1994.
- D’Silva, J., Factory Farming and Developing Countries, Compassion in World Farming Trust Briefing, January 2000
- Footprints and Milestones: Population and Environmental Change, United Nations Population Fund, 2001
- Questions and Answers on debt relief, www.christian-aid.org.uk
- Tickell, C., speaking at the British Association for the Advancement of Science, 26 August 1991, reported in The Independent, 27 August 1991.
- Gold, M., Beyond The Killing Fields: Working Towards a Vegetarian Future. In: The Meat Business - Devouring a Hungry Planet, Ed. Tansey, G. & D’Silva, J., Earthscan Publications, 1999.
- Agriculture in Britain 2000, Produced by the Ministry of Agriculture, Fisheries and Food. Crown Copyright 2001.
- Gellatley, J., The Silent Ark. Thorsons 1996.
- Spedding, C.R.W., Food for the 90’s: The Impact of Organic Foods and Vegetarianism, 1990, pp. 231-41.
- WWF, Living Planet Report 2000, page 16.
- Rifkin, J., Beyond Beef, Penguin Books, 1992.
- Ayres, E., Will We Still Eat Meat? Time, 08 November 1999.
- Gandhi, M., Factory Farming and the Meat Industry in India. In: The Meat Business - Devouring a Hungry Planet, Ed. Tansey, G. & D’Silva, J. Earthscan Publications, 1999.
- Oxfam Poverty report, Oxfam, June 1995.
- World Health Organisation, Geneva, 1991. Diet, Nutrition and the Prevention of Chronic Diseases, Technical Report Series 797.
- The state of food insecurity in the world: www.fao.org/FOCUS/E?SOF100).
- Balancing Interests and Resolving Conflicts: www.fao.org
- Perspectives on Hunger, Poverty and Agriculture in Africa, Keynote Address by Jacques Diouf, Director-General, FAO, at the National Gathering on Africa, Washington DC, USA, 23.06.01: www.fao.org
- Food: a Fundamental Right: www.fao.org.
- Skjerve, E., Ewald, S., & Niels Skovgaard, N., The European Meat Industry in the 1990s, Ed. Smulders, F.J.M, Ecceamst 1991, Audet Tijdschriften B.V.
- Gardner, G., Halweil, B., Overfed and Underfed, The Global Epidemic of Malnutrition, Worldwatch Paper 150, March 2000.
- Debt in 2001: An Introduction, The World Development Movement.
- Pearce, F., Botswana: Enclosing for Beef, The Ecologist, Vol 23, no.1, Jan/Feb 1993.
- Wilks, A., World Bank Takes on Trade, WDM in Action, Autumn 2001.
- Letter from Oxfam to Viva! supporter, 26.02.01.
- www.actionaid.org/policyandresearch/aideffectiveness
- Seventies Dream of World With No Hunger Destroyed by Conflict, The Times, 14.11.1996.
- Protein at a Price, New Scientist, 18.03.01.
- Animal Agriculture, www.fao.org/ag/aga/index.
- World Meat Trends, Meat Trades Journal, 17.08.00.
- World Poultry, February 1989. In: The Meat Business - Devouring a Hungry Planet. Ed. Tansey, G. & D’Silva, J., Earthscan Publications, 1999.
- Brown, L.R., Facing Food Scarcity, Worldwatch, November/December 1995.
- Escaping Hunger, Escaping Excess, World Watch, July/August 2000.
- How it Began: Send a Cow information sheet.
- Farm Africa Annual Review 2000/2001.
- Lane, T., Hip Hip Hippo, Viva!Life, Autumn/Winter 2001.
- Fish Farming May Soon Overtake Cattle Ranching as a Food Source, Worldwatch Issue Alert, 03.10.00.
- Lymbery, P., In Too Deep - The Welfare of Intensively Farmed Fish, CIWF Trust, 2002.
- Dinyar, G., The No Nonsense Guide to Climate Change, N.I., 2001.
- Water, Water Everywhere - But Only 0.8% to Drink, Observer, 19.12.99.
- Global Water Supply central issue at Stockholm Conference, www.cnn.com, August 14, 2000.
- Scientists Search for a Way to Avert World Water Crisis, The Independent, 14.08.01.
- Wardle, T., Food for the World?, Viva!Life, Spring 2000.
- Greenpeace briefing, “Can Genetic Engineering Feed the World?” February 1997, p.526.
- Aid Untying - update March 2002, Action Aid.
- www.geocites.com/Heartland/Estates/9113/cattle.
- www.britannica.com.
- www.iucn.org/themes/ssc/pubs/caprinae.
Dit is een vertaling van “Feed the world” van
Viva! Vegetarians International Voice for Animals
8 York Court, Wilder Street, Bristol, BS2 8QH, UK
12



